Page 14 - OnzeTaal_juni2019_HR
P. 14
Het Spaans van Nederlanders
Pollo, polla
en de tongpunt-r
Spaans is een redelijk eenvoudige
taal, maar voor de leergierige
Nederlanders aan de costa’s zijn
er wel wat valkuilen.
EDWIN WINKELS
SCHRIJVER EN JOURNALIST, BARCELONA
Foto: Saskia Aukema
et is alweer enkele jaren geleden, maar ze identieke woorden die eindigen op een o of op een a kun-
vertelt het verhaal nog vaak, met een men- nen ook nogal eens een struikelblok zijn. Valse vrien-
geling van schaamte en plezier. De vriendin den, met pollo (‘kip’) en polla (‘lul’) als het allergemeen-
Hging naar zo’n grote doe-het-zelfwinkel aan ste stel: natuurlijk kent iedereen ze, maar als je de taal
de rand van Barcelona; ze had vier nieuwe poten voor niet volledig machtig bent, en soms heel snel iets wilt
een bed nodig. Ze spreekt Spaans, maar na vijftien jaar zeggen als je op de markt in het gedrang die kip wilt
in het land is het nooit echt haar taal geworden. Thuis, bestellen, dan kan het weleens fout gaan.
als expatfamilie, hebben ze altijd Nederlands gesproken. En met die verwarring tussen de o en de a is indirect
En daarnaast vooral Engels, met vrienden, veelal andere ook het grootste probleem van Nederlanders met het
expats. Het Spaans is voor in de supermarkt, de garage, Spaans geschetst: het geslacht van het woord. En daar-
voor de loodgieter ... En voor die doe-het-zelfwinkel. mee het lidwoord. We zijn het niet gewend; alles is de
“Quiero cuatro patos”, zei ze tegen een verkoper op in het Nederlands, en soms het. Aan het geslacht – al
de beddenafdeling. Die keek haar vreemd aan en vroeg bestaat dat wel – denken we niet. Dus maken we in het
voor de zekerheid wat ze precies wilde. “Cuatro patos”, Spaans, aanvankelijk, alles mannelijk, en zetten we
herhaalde ze. Hij twijfelde. Ze kon het best naar de af- overal el of un voor, ook wanneer het toch vaak la of una
deling met dierenspullen, zei hij toen, misschien wisten moet zijn.
ONZE TAAL 2019 — 6 werd boos en vroeg om zijn baas. “Quiero cuatro patos!” het einde van het woord zegt het al bijna altijd: vrouwe-
ze daar iets. Nu was zij verbaasd. “Maar ze zijn voor het
“Un paloma no hace verano”, was een van de be-
roemdste uitspraken van Johan Cruijff. Maar die a aan
bed”, zei ze. De verkoper moest besmuikt lachen, zij
Het duurde enige minuten voor het misverstand was
lijk, una paloma dus. (En dan hebben we het niet over
opgelost. Patos is ‘eenden’ in het Spaans. ‘Poten’ (van
die andere fout: ook in Spanje is het een zwaluw, ‘una
golondrina’, en niet een duif die nog geen zomer maakt.)
bedden, stoelen, dieren) zijn patas.
VALSE VRIENDEN
op een a eindigen en tóch mannelijk zijn: el problema, el
día (‘de dag’), el sistema. Of, omgekeerd, en nóg verwar-
Zo zijn er meer valkuilen. Pensionado bekt lekker, maar Natuurlijk kent het Spaans uitzonderingen. Woorden die
het Spaanse woord voor ‘gepensioneerde’ is toch echt render voor de Nederlander, woorden op een o die vrou-
14 pensionista of jubilado (spreek uit: ‘goebielado’). En bijna welijk zijn: la radio, la mano (‘de hand’).

