Page 10 - OnzeTaal_juni2019_HR
P. 10
grens van Duitsland waar de watergeuzen een basis had- wen uit het Neder-
den, de Nederduitse vorm dükdalben gevonden. In zijn lands is verdwenen.
standaardwerk over de scheepsbouw uit 1671 verklaart Onder die zuidelijke
Nicolaas Witsen waarom de paal is vernoemd naar de woorden nemen per-
hertog van Alva: omdat hij “insgelijcks [even] hart en soonsaanduidingen,
onverzettelijk was, als dit paelwerk”. meestal negatieve,
de hoofdmoot in. De
DUNA EN DIQUE reputatie van Spaanse
Er woonden Spaanse ambtenaren en soldaten in de Lage vrouwen blijkt uit de
Landen, dus er waren nauwe contacten tussen Spaans- persoonsaanduidingen
en Nederlandssprekenden. In het noorden werden die mos (‘slet’) en poetje
wel minder na de oprichting van de Republiek der Zeven (‘hoer’), van het Spaan-
Verenigde Nederlanden in 1588, maar de zuidelijke se moza en puta. Macho-
gewesten bleven tot 1715 onder Spaans gezag. Het lijkt chel (‘dikke vrouw’) gaat
logisch dat er in deze periode veel leenwoorden zijn terug op het Spaanse
uitgewisseld, maar dat blijkt niet het geval. Zo namen muchacha (‘vrouw, meis-
de Spanjaarden slechts een handjevol Nederlandse je’); het leeft voort in pie-
woorden over: de landschapstermen duin (duna) en dijk remachochel (‘lelijke vrouw’
(dique), de in Brugge ontstane benaming beurs (‘han- en overdrachtelijk ‘gammele boot’). Pagadder (‘klein
delsbeurs’: bolsa), en de gevechtstermen spits (‘steek- kind, kwajongen’) gaat terug op het Spaanse pagador
wapen’: espiche) en Vlissingen, dat werd verbasterd als (‘betaalmeester in het leger’), vandaar ‘slechte betaler’
pichelingue en staat voor ‘piraat’, oorspronkelijk met en vervolgens een algemene minachtende term.
name ‘Hollandse piraat’. Meer persoonlijke contacten
weerspiegelen de ontleningen escaparate, van het bij DIPLOMATIE
ons verouderde schapraai (‘provisiekast’), en gaznápiro Enkele Spaanse leenwoorden behoren inmiddels tot de
(‘sufkop, domme gans’): een kruising van het Vlaamse Belgisch-Nederlandse standaardtaal, terwijl ze in Ne-
gesnap (‘geklets’) en snapper (‘kletser’). derland onbekend zijn: een Vlaming spreekt van ‘een
Het bekendste Nederlandse leenwoord in het Spaans hele resem producten’, waar een Nederlander het heeft
is ongetwijfeld flamenco (‘Vlaming, Vlaams’). Het woord over ‘een hele reeks’. Resem gaat terug op het Spaanse
gaat terug op Vlaming, en is tegenwoordig vooral bekend resma (‘hoeveelheid papier’), dat, zo bleek hiervoor al,
als naam voor een dans- en muzieksoort. Over hoe die de bron is van het Nederlandse riem. Pollevie (in ‘Ik loop
betekenisverschuiving heeft plaatsgevonden, doen wil- m’n pollevieën kapot’) staat voor ‘hoge schoenhak’ en
de theorieën de ronde. Uit de oudste citaten valt op te is ontleend aan het Spaanse poleví. Supiet, het woord
maken dat de betekenis is gegaan van voor de lekkernij ‘zwezerik’, gaat terug op het Spaanse
‘Vlaams’ via ‘blo- (alguna cosa di) chupete (‘iets fijns’). Parlesanten (‘rede-
zend, met het uiter- twisten, hevig discussiëren’) tot slot is ontleend aan de
lijk van iemand uit Spaanse krachtterm par los santos (‘bij de heiligen’).
het noorden’ naar Hoe komt het nu dat er zo weinig leenwoorden zijn
‘knap’, ook ‘sexy, uitgewisseld in de Tachtigjarige Oorlog? De reden zal
provocerend’ en van- zijn dat het Frans in die periode de taal van de diploma-
daar ‘zigeunerachtig, tie en de hogere burgerij was, zowel in de Republiek als
zigeuner’ – een bete- in de Spaanse Nederlanden en Spanje. Alleen de lagere
kenis die pas in 1870 is bevolkingslagen drukten zich in hun moedertaal uit, en
aangetroffen. Vervol- daardoor zijn de meeste Spaanse leenwoorden in de dia-
gens was het een kleine lecten overgenomen.
stap naar ‘dans, muziek
van een zigeuner’. Als ROOIBOSTHEE
muziekterm is het van Veel meer leenwoorden leverde de ontdekking van Ame-
oorsprong Nederlandse rika door Columbus in 1492 op. Spaanse ‘conquistado-
woord via het Spaans in- res’ gingen in de Nieuwe Wereld op zoek naar het ‘eldo-
ternationaal verbreid, en rado’, het gouden, paradijselijke fabelland – de naam is
ook weer teruggekeerd in afgeleid van dorado (‘verguld’ – zie ook de rubriek ‘Vraag
de Nederlandse moeder- en antwoord’, op blz. 30 – red.). Aan het begin van de
schoot. zeventiende eeuw volgden de Nederlanders hen. Inmid-
dels hadden de Spanjaarden al woorden gevonden ter
ARMADA EN COMMANDO benoeming van de nieuwe levensomstandigheden, en
Ook andersom was de invloed gering. In het strijdgewoel de Nederlanders namen die Spaanse benamingen over.
van de zestiende en zeventiende eeuw nam het Stan- Soms ging het daarbij om nieuwvormingen (mesties,
ONZE TAAL 2019 — 6 da, commando, enteren en majoor. Verder de scheepster- in de rest van Europa, werden geïntroduceerd, zoals de
mulat, neger), maar meestal betrof het leenwoorden uit
daardnederlands enkele Spaanse namen over voor mun-
ten (dubloen) en titels (don), en de oorlogstermen arma-
inheemse talen die in Spaanse vorm in Nederland, en
men aviso, cargo, casco, passaat en de handelsterm indigo.
dierennamen ara, lama, muskiet, poema en toekan, de
Ook werden twee van oorsprong Arabische wetenschaps-
termen voor gebruiksvoorwerpen kano en hangmat (een
vernederlandsing van het Spaanse hamaca), en de na-
termen geleend: bezoar (‘soort steen in maag van her-
kauwers’) en x (‘onbekende in de wiskunde’).
In de zuidelijke dialecten was de talige Spaanse in-
ananas, cacao, chocolade, papaja, mais, patat (‘aardappel’),
vloed wat groter: via verschillende woordenboeken heb men voor vruchten en plantaardige voedingsmiddelen
tabak en tomaat.
ik ruim vijftig Spaanse leenwoorden in Nederlandse dia- Nederlanders vestigden zich niet alleen in Amerika,
10 lecten gevonden, waarvan minstens een vijfde al eeu- maar ook in Indonesië en Zuid-Afrika, en enkele woor-

