Page 20 - OnzeTaal_juni2019_HR
P. 20
De problemen van het schoolvak Spaans in Spanje
lijken nogal op die van het schoolvak Nederlands
in Nederland. Maar er zijn ook verschillen.
BERTHOLD VAN MARIS
Illustratie: Hein de Kort
Te weinig tijd voor
literatuur
J osé Luis González, leraar Spaans in Spanje, had een
eindexamenklas van tien leerlingen. Hij liet ze een
opstel schrijven over het onderwerp ‘Wat betekent
literatuur voor mij?’ De leerlingen bleken daar heel eens-
gezind over. “Lezen is saai.” “Ik lees die boeken alleen
omdat het moet voor school.” “Waarom zou je een boek
lezen als je tv-series kunt kijken, kunt gamen, internet-
ten?”
Slechts één leerling had geschreven dat hij graag las:
detectives en boeken over psychologie. González had
voor dat schooljaar zes literaire boeken op het program-
ma staan, variërend van een bloemlezing van middel- schoolvak Spaans, dat officieel ‘Spaanse taal en litera-
eeuwse poëzie tot een roman uit 1966. Hij vreesde dat er tuur’ heet, gaat het tegenwoordig vooral om het aanleren
van de tien leerlingen hooguit één geïnteresseerd was in van communicatieve vaardigheden, zoals het kunnen lezen
die boeken. en becommentariëren van allerlei soorten teksten –
waaronder dan ook wat teksten uit de Spaanse literatuur.
HEDONISME Met ‘Spaanse literatuur’ wordt in dit verband meestal
‘Een klasje van tien leerlingen, heerlijk!’, zal een leraar de literatuur van Spanje bedoeld. Aan de rijke Spaans-
Nederlands nu misschien zeggen. Maar helaas, dit klasje talige literatuur van Zuid-Amerika wordt op de scholen
was een uitzondering. In Spanje zitten er, net als in nauwelijks of geen aandacht besteed. Guadalupe Jover:
Nederland, meestal 25 tot 30 leerlingen in een klas. Ook “De achterliggende gedachte is: een hoogopgeleide Span-
verder lijken de problemen van het schoolvak Spaans in jaard moet de literatuur van zijn land kennen. En dat is
Spanje heel veel op die van het schoolvak Nederlands in volgens mij een achterhaald, negentiende-eeuws idee. De
Nederland. Er is weinig ruimte en weinig interesse voor doelstelling zou nu moeten zijn: van die leerlingen kriti-
literatuur. En er wordt overdreven veel tijd gestoken in sche, actieve lezers maken. Daarin zou het lezen van lite-
de specifieke, technische vaardigheden die nodig zijn ratuur een belangrijke rol kunnen spelen. Dat hoeft niet
voor het eindexamen. per se de nationale literatuur te zijn. Dat kunnen werken
González heeft jarenlang geblogd over zijn ervaringen zijn uit de héle wereldliteratuur.”
als leraar. Over de geringe belangstelling voor literatuur
schreef hij: “Ik begrijp ook wel dat jongeren tegenwoor- IMPACT
dig bezig zijn met heel andere dingen: de moderne tech- Al met al lijken er vooral overeenkomsten te zijn tussen
nologie, seks, sport, hedonisme, consumeren …” het Spaanse en het Nederlandse moedertaalonderwijs.
Toch lezen de Spaanse jongeren wel degelijk boeken. Maar er bestaan ook verschillen. Zo worden de examen-
In Spanje wordt het leesgedrag van de bevolking ieder eisen in Spanje door het hoger onderwijs bepaald, en niet
jaar onderzocht. Daaruit blijkt: de gemiddelde Spanjaard, door het voortgezet onderwijs zelf, hoewel die eisen ver-
of dat nu een kind is, een adolescent of een volwassene, volgens dus wel een enorme impact hebben op wat er op
leest nu meer boeken dan veertig jaar geleden, en ook de scholen gebeurt.
meer dan vijf jaar geleden. Volgens Guadalupe Jover, Een ander verschil is dat er in het Spaanse onderwijs
lerares Spaans in Madrid en schrijfster van een veel- nog steeds veel tijd gaat naar het onderdeel ‘grammati-
gelezen column op Eldiariodelaeducacion.com, is dat een ca’: zinsontleden en correct Spaans leren schrijven.
gevolg van beter onderwijs. “Er zijn steeds meer hoog- ‘Grammatica’ is ook een belangrijk onderdeel van het
ONZE TAAL 2019 — 6 volgens haar bij dat er te rooskleurig wordt gedacht over vooral – op leesvaardigheid. Wat in de twee landen dan
eindexamen. Bij het Nederlandse centraal schriftelijk
opgeleide Spanjaarden, en hoogopgeleiden lezen nu
eindexamen ligt de nadruk veel meer – zeg maar gerust:
eenmaal meer boeken dan laagopgeleiden.” Daar komt
het leesgedrag van vroeger. Literatuur lezen is, zo zegt
weer wél hetzelfde is, is de klacht dat door die accenten
in het eindexamen andere dingen in het gedrang komen.
ze, altijd al iets geweest wat maar bij een minderheid
van de leerlingen aansloeg.
“De laatste vijftig jaar is er heel veel ontdekt in de taal-
ACTIEVE LEZERS
zou kunnen doen”, zegt Jover. En in Nederland is de veel-
gehoorde klacht dat er door de nadruk op leesvaardigheid
Gemiddeld lezen Spaanse adolescenten in hun vrije tijd wetenschap waar ook het voortgezet onderwijs iets mee
negen boeken per jaar – helemaal niet zo slecht. Daarvan in de hoogste klassen te weinig tijd overblijft voor schrij-
20 is natuurlijk maar een (heel) klein deel literair. In het ven, spreken en luisteren. En voor literatuur.

