Page 23 - OnzeTaal_juliaug2019_HR
P. 23
Waarom spreken we eigenlijk
van ‘wielersport’, en niet
gewoon van bijvoorbeeld Foto: VI images / Hollands Hoogte
‘wielsport’? Voor het
antwoord moeten we terug
naar de negentiende eeuw.
GASTON DORREN
Wat is wieler?
Tour de France 1969, met Eddy Merckx in het geel.
n de vechtsport wordt gevochten, in de denksport
wordt gedacht en in de watersport … enfin, die kan
I niet zonder water. Maar wat is wielersport voor een
raar woord? Wielrensport, dat zou ik snappen, want er
wordt gewielrend. Wielsport, vooruit – zonder wielen gaat taal-constructie-winkel en woordenfabriek”. Aanvanke-
het niet. Maar wat betekent wieler? lijk bepleitte De Vries als werkwoord wielen. Maar in een
Mijn eerste vermoeden is: als kinderzitje ‘zitje voor brief aan het Leidsch Dagblad schreef hij dat “bij mij
kinderen’ betekent, en raderwerk ‘geheel van raderen’, zelven eene bedenking is opgekomen tegen het woord
dan verwijst wielersport misschien naar een meervouds- wielen (…). Daar wielen voor draaien heden nog in dich-
vorm wieleren. Nooit van gehoord weliswaar, maar het terlijken stijl in gebruik is, zou het opvatten van dat
zou een verouderde vorm van wielen kunnen zijn. He- woord in eene andere beteekenis menige dichterlijke
laas: volgens de woordenboeken heeft wiel dat meervoud passage kunnen bederven. De schim van Tollens zou het
nooit gehad. Theorie één verworpen dus. mij niet vergeven, zoo ik den lezer aanleiding gaf, om bij
zijne woorden ‘zoo wielde ’t in mijn hoofd dooreen’ aan
TWEEWIELERSPORT het rijden met vélocipèdes te denken! (…) Deze beden-
Zou wielersport dan een verkorte vorm zijn van tweewie- king noopt mij voor wielen liever den afgeleiden of fre-
lersport? Het woord tweewieler is makkelijk te verklaren, quentatieven vorm wieleren voor te slaan.”
want het Nederlands vormt graag woorden bestaande uit Erg succesvol werd wieleren echter niet. Aanvankelijk
een getal, een zelfstandig naamwoord en de uitgang -er; bleef vélocipède rijden de gangbare term. Maar het ver-
denk aan eendekker, tweemaster, driepinter, vierpitter, vijf- zinsel van de geleerde De Vries moest al snel ook con-
setter, tientonner, honderdponder en duizendklapper. Maar curreren met een volks woord van nog steeds onopge-
ook die verklaring houdt niet stand. Want behalve in helderde oorsprong: fietsen.
Hoogezand, waar fietsenzaak Klamer een aantal jaren
tweewielersport in zijn naam voerde, heeft dat woord SAMENSTELLINGEN
nooit bestaan. Uit de krantendatabank Delpher blijkt dat het werk-
Derde theorie dan: is wielersport misschien net zo’n woord fietsen tussen 1869 en 1900 al duidelijk meer voor-
samenstelling als schaterlach, donderslag en vergaderdag? komt dan wieleren. En al in 1898 zegt de Tilburgsche Cou-
Anders gezegd, bestaat het uit de stam van een werk- rant over wieleren dat het “al lang dood en begraven” is,
woord wieleren (schateren, donderen, vergaderen), gevolgd en verdrongen is door fietsen: “zóó spreekt men thans,
door een zelfstandig naamwoord? Een vergezochte theo- en niet anders.” Tot in de jaren dertig komt wieleren
rie, ik geef het meteen toe, want een werkwoord wieleren sporadisch nog weleens voor. Daarna staat het vooral in
bestaat natuurlijk niet. Voor alle zekerheid even nakij- etymologische stukjes zoals dit, met één uitzondering:
ken … in 1987 gebruikt een rechter het, en Het Parool noemt het
Krijg nou zijwieltjes! Dat woord bestaat wel degelijk. in zijn verslag van de zaak.
De grote Van Dale uit 1872 omschrijft het als “met den Maar al heeft wieleren een kwijnend bestaan geleid,
wieler rijden”, en daarin is wieler “vélocipède. Zie al- om vervolgens helemaal te verdwijnen, in samenstellin- ONZE TAAL 2019 — 7/8
daar”. Kortom, een ‘wieler’ is een fiets, ‘wieleren’ is gen gedijt het van begin af aan uitstekend. Woorden als
fietsen; een fietser heet een ‘wielenaar’. wielermanie, wielerbaan en wielersport duiken al snel op
en zijn sinds de jaren 1880 zeer gangbaar. In het heden-
WOORDENFABRIEK daagse (digitale) Groene Boekje staan er tientallen,
Het werkwoord wieleren blijkt in 1869 te zijn voorgesteld waaronder wielertaal en wielergeschiedenis. Heeft de
door de vooraanstaande taalkundige Matthias de Vries – ‘woordenfabriek’ van Matthias de Vries dus toch een
door een journalist omschreven als “de groote Leidsche succesvol product afgeleverd. 23

