Page 19 - OnzeTaal_juliaug2019_HR
P. 19
DICHTPLAATSEN INGMAR HEYTZE
Dichter Ingmar Heytze over stijlfiguren, of ‘dichtplaatsen’, zoals hij ze ook wel noemt.
De ontkennende wijs
H et drieregelige gedicht ‘04:40’ van Radna Fabias onbenoemde, zoals je uit een nachtmerrie zou kunnen
ontwaken en je van alle herinnerde verschrikkingen één
gaat als volgt:
droom. Het ontbreken benoemen genereert meer aan-
er was geen muur de muur die er niet was is niet voor één kunt vaststellen dat ze achterbleven in je
gevallen dacht dan domweg schrijven wat er wél is. Koenraad
de man met de foute snor is geen dictator en dat is Goudeseune publiceerde dit gedicht een aantal maanden
geen snor geleden op Facebook:
er waren geen explosieven het was geen oorlog er is
niets ontploft DAT IK NIET ZELF
Toen ik het las, dacht ik dat dit wel meest ontkennende Ik heb geen geld, geen trots, geen uitgever.
gedicht in onze poëzie moest zijn: maar liefst één op de Ik heb geen vrouw, geen kind, geen huis.
vijf woorden in dit gedicht ontkent iets. Later bedacht ik Ik schrijf gedichten zoals iemand schors zou eten
dat Jules Deelder zelfs één op twee loopt met de klassie- als hij in een donker bos niets vangen kan.
ker ‘Blues on tuesday’: “Geen geld. / Geen vuur. / Geen
speed. // Geen krant. / Geen wonder. / Geen weed. // Ik vind het leven prachtig.
Geen brood. / Geen tijd. / Geen weet. // Geen klote. / Het is ook vreselijk.
Geen donder. / Geen reet.” Neem jou nu.
De ultieme tegenpool van deze dichtplaats is geschre-
ven door Maria Barnas, die in het gedicht ‘Absoluut’ Je was er nooit.
juist louter bevestigingen opsomt: “Zeker. Beslist. Kinderen zijn kinderen die we niet hebben.
Gegarandeerd. Ongetwijfeld.” – enzovoort, nog twaalf
regels lang. Ik haal het aan omdat het de functie van Voor een leven dat brandhout is
deze dichtplaats perfect illustreert, maar dan in dia- ben ik een bijl geweest, ongebruikt.
positief: hoe langer de bezweringen doorgaan, hoe Blinkend, stevig, vreselijk.
duidelijker het wordt dat wat als absoluut wordt gepre-
senteerd, juist zeer onzeker is. Dit gedicht illustreert deze dichtplaats tot het uiterste:
Fabias wijst op allerlei dingen die er niet zijn. Juist het vond geen plek in zijn recentste dichtbundel.
daardoor gaan al die dingen veel meer bestaan dan de
MATTHIAS GIESEN
ONZE TAAL 2019 — 7/8
19

