Page 14 - OnzeTaal_juliaug2019_HR
P. 14

dan bijvoorbeeld in makelaarsadvertenties of brieven
            van de gemeente. Of waar ik vorige maand over schreef:
            dat mensen ze niet meer durven gebruiken, en overal
            kiezen voor hen. Ze willen het deftiger en chiquer ma-
            ken, en komen dan zo’n woord in een oude tekst tegen,
            maar weten het niet lekker in te passen – het zijn in
            feite een soort hypercorrecties.”
               “En dan neemt de anglificatie nog altijd toe. Er ko-
            men niet alleen steeds meer Engelse woorden bij, je ziet
            en hoort ook meer letterlijk vertaald Engels idioom, zo-
            als een beslissing maken. Van de week hoorde ik iemand
            zeggen: ‘Ik heb betere dingen te doen’; wij zeiden vroe-
            ger: ‘Ik heb meer te doen.’ Tegelijk zie je de invloed van
            het Duits en Frans afnemen. De nieuwe generatie ge-
            bruikt die talen helemaal niet meer, en ook steeds min-
            der Duitse en Franse uitdrukkingen. Mijn dochter heb ik
            nog nooit au fond horen zeggen.”

            WANKEL EVENWICHT
            Ben jij ook anders tegen taal gaan aankijken?
            “Articulatie is me meer gaan fascineren. Ik zit tegen-
            woordig voor de televisie vaak nieuwslezers te corrige-
            ren als ze verkeerde accenten leggen, te veel Polder-
            nederlands praten of woorden verkeerd uitspreken. Ik
            roep dan hardop: ‘Het is niet ‘auwrlog’, maar ‘oorlog’,
            en niet ‘schaunmaken’, maar ‘schoonmaken’.’ Het kan
            misschien ook aan mijn leeftijd liggen, maar ik heb het
            idee dat die slordige articulatie toeneemt. Vijftien jaar
            geleden hoorde je het wel op tv, bijvoorbeeld bij Paul de   ben wel een functie. Aan de andere kant is het ook de
            Leeuw, maar niet in het Journaal. Nu wel.”       taak van taalkundigen om veranderingen vast te stellen,
            Taalkundigen zeggen dan: dat is taalverandering. Jij   en toekomstvoorspellingen te doen – tot dat besef kom
            hebt zo je wrijvingen gehad met de taalwetenschap.   ik wel steeds meer.”
            Hoe kijk je daarop terug?                        De afgelopen jaren heb je niet alleen onze taal gevolgd,
            “Ja, een paar jaar geleden werd bijvoorbeeld uit taalkun-  maar ook Onze Taal, het tijdschrift. Wat viel je zoal op?
            dig onderzoek de conclusie getrokken dat frasen als die   “De afgelopen twintig, dertig jaar is de onderwerpskeuze
            mooie meisje in de toekomst correct zullen zijn. Dat wil ik   wat veranderd. Destijds lag de nadruk vooral op etymo-
            best geloven, maar ik vind dat de taalwetenschap ook de   logie, grammatica, spelling, en goed en fout, nu is er
            verantwoordelijkheid heeft om normen te verdedigen.   meer ruimte voor bijvoorbeeld de taal van allerlei sub-
            Dat is een wankel evenwicht: het slappe koord tussen   culturen en groepen. Dat vind ik een verbetering. Verder
            het nut van de norm en het besef van de betrekkelijk-  ging het vroeger vooral om de inhoud, terwijl er de laat-
            heid ervan. Ik vind dat je normen niet te snel moet af-  ste twintig jaar meer aandacht is voor de toon, voor de
            doen als onzinnig. Normen zijn niet heilig, maar ze heb-  vorm, voor humor – niet alleen in columns, maar ook in
                                                             artikelen.”
                                                             Wat mis je in het blad?
                                                             “Ik zou wel meer willen lezen over de taal van de me-
              Taaltrends                                     ningsvorming, over framing; dat speelt echt een enorme
                                                             rol in het publieke debat, denk alleen al aan de social
              Als taalwatcher heeft Jan Kuitenbrouwer in zijn Onze   media. Over de talige, retorische kant daarvan valt heel
              Taal-column ‘Iktionaire’ de afgelopen vijftien jaar   veel interessants te zeggen. En ook aan ‘memes’, die
              veel trends gesignaleerd. Een kleine greep:    nieuwe mix van taal en beeld, zouden jullie best meer
                                                             kunnen doen.”
              •  luchtvaartbeeldspraak: aanvliegen (‘Hoe vliegen
                we dat probleem aan?’), landen (‘De herziening van   GENOT
                de zorg is nog niet geland’), doorstart (‘We maken   Een paar jaar geleden pleitte je in een lezing voor Onze
                een doorstart met onze relatie’) (2005)      Taal voor meer ‘taalgenot’. Je vond dat wij voortaan
              •  het verdwijnende vraagteken: ‘Beste Jan, wil je   het ‘Genotschap’ Onze Taal moesten heten. Wat ver-
                mij een kopietje sturen.’ (2007)             schaft jou taalgenot?
      ONZE TAAL 2019  —  7/8  •  voorbijkomen en meekrijgen: verdringen ‘te horen,   hoeft dan ook niets te maken te hebben met de inhoud;
              •  Nederdutch: ‘Gadgets die kont schoppen’, ‘Dat is
                                                             “Een mooi gesprek, bijvoorbeeld op de radio. Niets zo
                niet mijn kopje thee.’ (2007)
                                                             fijn als een goeie dialoog, of een goeie monoloog. Dat
                te lezen zijn’ en ‘gehoord, gelezen hebben’ (2010)
                                                             gewoon alleen de menselijke stem kan heel mooi zijn. Ik
              •  hartelijks en vriendelijks: verdringen ‘met hartelij-
                                                             zit in de auto soms naar praatprogramma’s te luisteren
                ke/vriendelijke groeten’ (2011)
                                                             alsof ik naar muziek luister – dat is voor mij puur genot.
                                                             De stem van Suzanne Bosman bijvoorbeeld is geweldig,
              •  Ik vind daar wat van: verdringt ‘Ik vind dat niet
                goed.’ (2018)
                                                             Hij werd geroemd als journalist, maar naar mijn idee
              •  bloemrijk ‘rechts’ schelden: gutmensch, deugbriga-
                de, theedrinkende wegkijkers, linksgekkies en vele    net als die van de onlangs overleden Max van Weezel.
                                                             blonk hij vooral uit als radiostem. Naar Gerrit Komrij
                andere (2018)                                luisterde ik ook heel graag, al was ik het bijna nooit eens
    14                                                       met wat hij zei, maar dat hoeft dus ook niet.”
   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19