Page 13 - OnzeTaal_juliaug2019_HR
P. 13

Jan Kuitenbrouwer


                                                      Jan Kuitenbrouwer (Utrecht, 1957) begon in 1979 als verslag-
                                                      gever voor de VPRO-radio. Daarna was hij journalist bij het tijd-
                                                      schrift Haagse Post (later HP/De Tijd) en schreef hij in onder meer
                                                      de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw. Hij werkte mee aan
                                                      diverse radio- en televisieprogramma’s.
                                                         Boeken: naast Turbo-taal (1987) onder meer Percies! (1988),
                                                      Lijfstijl (1990, over omgangsvormen), Oubotaal (1999), Totaal
                                                      Hedenlands (2003), De woorden van Wilders en hoe ze werken (2010)
                                                      en Eik bes leuk (2014).
                                                         Naast zijn journalistieke werk leidt Kuitenbrouwer een bureau
                                                      voor taal- en communicatieadvies: Woorden die werken.




                                                             ken, en erbij te horen. Er was in die tijd een hernieuwde
                                                             belangstelling voor omgangsvormen, zeker ook moder-
                                                             ne omgangsvormen. Ik heb daar wel van geprofiteerd.”
                                                             Heb je invloed gehad op het Nederlands?
                                                             “Dat zou ik niet durven zeggen. Ik heb wel mijn sporen
                                                             nagelaten. De Osdorp Posse heeft een nummer dat ‘Tur-
                                                             botaal’ heet. Het woord staat ook in Van Dale (“modieus
                                                             taalgebruik van de jaren 80 van de twintigste eeuw, dat
                                                             gekenmerkt wordt door het gebruik van verkorte woor-
 “ Niets zo fijn als                                         den”), net als afko, dat ik destijds heb bedacht (“afge-
                                                             kort, m.n. tweelettergrepig, woord dat eindigt op een
                                                             heldere klinker zoals a, i en o, bv. crea, combi en mayo”).
 een goeie dialoog”                                          Soms heeft zo’n observatie een soort Steen van Roset-
                                                             ta-effect; doordat jij iets aanwijst, gaan mensen het zelf
                                                             ook horen en benoemen. Je geeft een naam aan dingen.
                                                             Vroeger zei je bijvoorbeeld: ‘Die kan echt niet meer
                                                             hoor’, nu is dat: ‘Dat is oubotaal.’ Mijn dierbare taal-
                                                             vriendin, rechter en Twitterpersoonlijkheid Joyce Lie
                                                             zei me eens dat mijn columns taal bespreekbaar hebben
                                                             gemaakt. Ha!”

                                                             MAKELAARSADVERTENTIES
                                                             Hoe kwam je in het pre-internettijdperk aan de voor-
                                                             beelden van het taalgebruik dat je beschrijft?
            woon verslaggeving. Het is gebaseerd op nieuwsgierig-  “Als verslaggever dompelde ik me onder in de zaken
            heid, op goed onderzoek doen, en vooral op goed luiste-  waarover ik schreef, en dan kwam ik in aanraking met
            ren en kijken.” Even later geeft Kuitenbrouwer daar in   allerlei talen en taaltjes. En natuurlijk volgde (en volg)
            het Hilversumse grand café waar het gesprek plaatsvindt   ik veel media. Wat ik ook geregeld deed, is mensen uit-
            trouwens onbedoeld een demonstratie van; een paar   horen die in een bepaalde hoek zitten en goede oren
            keer onderbreekt hij zichzelf met opmerkingen als:   hebben. Joost Zwagerman, Rob Scholte, Jan Lenferink
            “Kijk, die twee mensen hebben dezelfde kleren aan.    – ik heb ze allemaal geïnterviewd voor Turbo-taal. Op de
            Nu ja, bijna.”                                   VPRO-radio hoorde ik een jongen die alles over rap en
                                                             hiphop wist, dus die belde ik dan op. Dat was Kees de
            OUBOTAAL                                         Koning, de huidige baas van Top Notch – een gouden
            Werd je na het succes van Turbo-taal beschouwd als   bron voor hiphopjargon en zwart Nederlands.”
            autoriteit op het gebied van hedendaagse taal?   Nieuwe taal is vaak jeugdtaal. Hoe volg je die nu, als
            “Nee hoor. Iemand als Jan Renkema was een taalautori-  zestiger?
            teit, met zijn Schrijfwijzer, ik niet. Ik was wel veel in de   “Bijvoorbeeld via mijn dochter. Ze is in de twintig, en
            media, maar dat was omdat ik werd gezien als iemand   erg gespitst op taal en taalgebruik. Ook van haar vrien-
            die leuk over taal kon vertellen. Maar op een bepaalde   den steek ik veel op. En natuurlijk is er nu het internet,
                                                             en Twitter. Als je je ervoor openstelt, valt er enorm veel
          “Sommigen zagen Turbo-taal                         te zien en te horen.”
                                                             Wat heb je de afgelopen tientallen jaren zien verande-
          als een leerboek.”                                 ren in onze taal?                                    ONZE TAAL 2019  —  7/8
                                                             “In grote lijnen drie dingen. Eigenlijk al sinds de ver-
                                                             schijning van Turbo-taal zie je een enorme informalise-
                                                             ring. Het woord kut bijvoorbeeld wordt tegenwoordig
            manier bleek ik toch wel een soort baken te zijn. Bij    door bijna iedereen zonder blikken of blozen gebruikt
            lezingen over Turbo-taal merkte ik dat sommigen het    voor alles wat niet goed is, of even tegenzit. Een tweede
            zagen als een leerboek, waaruit je kon opmaken hoe het   verandering is wat ik de ‘onbeholpen herformalisering’
            dus níét moet. Anderen beschouwden het juist als hand-  noem: dat er overal opeens ouderwetse woorden opdui-
            leiding voor hoe je moest praten om eigentijds te klin-  ken als welke. ‘De tuin welke op het zuiden ligt’, lees je    13
   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18