Page 12 - OnzeTaal_juliaug2019_HR
P. 12

Na vijftien jaar stopt
            Jan Kuitenbrouwer met
            zijn Onze Taal-column
            ‘Iktionaire’. Een terug-
            blik: over turbotaal,

            oubotaal, onze taal
            en Onze Taal.


            KEES VAN DER ZWAN
            Foto’s: Bart Versteeg














       “ Niets zo fijn als




           een goeie dialoog”







            Gesprek met taalwatcher Jan Kuitenbrouwer


      “J                                                     zoal bezighield, in de taal die destijds hip was. Toen een
             Jantje moet bij de krant.” Dat was de vaste uit-
             drukking van Jan Kuitenbrouwers tante als haar antje moet bij de krant.” Dat was de vaste uitdruk-
             neefje weer eens haarfijn verslag had gedaan king van Jan Kuitenbrouwers tante als haar neefje
                                                             uitgever van een boek over yuppies ook iets wilde over
                 weer eens haarfijn verslag had gedaan van een
                 brand, een opstootje of een ongeluk in de buurt.   de táál van die jonge trendy carrièretijgers, kwam hij bij
                                                             mij uit. Het resultaat was Turbo-taal, met als ondertitel
            Zijn tantes wens kwam uit. Kuitenbrouwer ging naar de   Van socio-babble tot yuppie-speak; het boek beschreef wie
            School voor Journalistiek en werd begin jaren tachtig    destijds wát zei, en wanneer en waarom.”
            verslaggever bij de Haagse Post, waar hij grote reportages   Hoe kwam je erbij om van verslaggever ‘taalwatcher’
            maakte over bijvoorbeeld het gifschandaal in Lekkerkerk.   te worden?
               Al snel kwam daar iets bij. Hij ging ook schrijven over   “Als je naar mijn familie kijkt, ligt dat wel voor de hand.
            eigentijds taalgebruik, wat in 1987 resulteerde in het   Bij mij thuis was de grote Van Dale wat in christelijke
            boek Turbo-taal. Dat werd een enorm succes. Er zijn zo’n   gezinnen de Bijbel is. Hij werd vaak geraadpleegd, en er
            400.000 exemplaren van verkocht, en behalve dat het   werd veel gepraat over woorden en taal. Mijn vader zat
            trends beschrééf, zette het ook zelf een trend. Het leek   in de reclame, en dus was er bij ons ook altijd belang-
            wel of plotseling iedereen die iets taligs had opgemerkt,   stelling voor nieuwe trends. Mijn moeder, een Schotse,
            daar meteen ook over ging schrijven, met als gevolg een   was vertrouwd met de mores van de adel en had veel
            stroom van op het grote publiek gerichte taalboeken en   gevoel voor taal en taalgebruik; ze is opgegroeid met het
      ONZE TAAL 2019  —  7/8  stukken en stukjes, onder meer voor Onze Taal, waar hij   ber van de schrijfster Nancy Mitford, die in haar Noblesse
            -boekjes die nog altijd niet is opgedroogd. Ook Kuiten-
                                                             besef dat – zoals dat heet – een goed accent een pas-
            brouwer zelf bleef over taal publiceren: vele boeken,
                                                             poort is voor een beter leven. Ze was een groot liefheb-
                                                             Oblige (1956) een scherp en humoristisch beeld gaf van
            vijftien jaar geleden begon met zijn column ‘Iktionaire’.
                                                             de Engelse standenmaatschappij. Ze introduceerde daar-
            Deze maand komt die ten einde.
                                                             in de taalbegrippen non-U en U – waarbij dat U staat voor
            YUPPIES
                                                             ‘upper class’. Op mijn vijftiende kreeg ik het cadeau van
            Vanwege die laatste ‘Iktionaire’ kijkt Kuitenbrouwer
                                                             vloed is geweest op Turbo-taal, al heb ik mij dat pas later
            terug op hoe het allemaal begon. “Naast mijn werk voor
                                                             gerealiseerd. Dat heb ik ook prikkelend, stekelig en
            de HP schreef ik in de jaren tachtig voor het tijdschrift    mijn moeder, en ik weet wel zeker dat het van grote in-
            Intermagazine zogeheten ‘eigentijdse conversaties’: fic-  lichtvoetig willen maken. Uiteindelijk is Turbo-taal een
    12      tieve gesprekken over wat de moderne mens van toen   vorm van sociale satire. Maar intussen is het ook ge-
   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17