Page 25 - OnzeTaal_juliaug2019_HR
P. 25
telwoorden zijn mogelijk: een stuk of drie, vier; een stuk kenis van ‘(enkel) exemplaar’, zoals in per stuk of per
of vijf, zes. Dan stuiten we meteen op de beperkingen. dozijn. Deze combinatie is in de kranten in allerlei varia-
Onmogelijk lijkt me een stuk of drie, vijf. Bij lage getallen ties inderdaad heel frequent, zoals in:
moeten het kennelijk twee opeenvolgende getallen zijn.
Gaat het om iets grotere getallen, dan is een sprong wel - by het stuk of by het honderd
mogelijk: een stuk of tien, twaalf. Maar een stuk of elf, vijf- - by het stuk of by de el
tien zullen we niet zeggen. Bij de nog hogere getallen - by het stuk of by het vaatje
hebben we een voorkeur voor ronde getallen (een stuk of - by het stuk of kleine quantiteiten
twintig, een stuk of honderd), want minder aanvaardbaar
lijken me een stuk of drieëntachtig en een stuk of honderd- Ik vermoed dus dat het bij bijvoorbeeld een stuk of drie in
zes. Vraag me niet waarom dat zo is, want ik zou het niet het begin inderdaad om een keuze ging: ‘een stuk (een
weten. Het zijn de fascinerende kronkels van de taal. enkel exemplaar), ofwel drie’, oftewel: ‘een of meer, bij-
voorbeeld drie’. En dat gaandeweg de combinatie de be-
HAREM tekenis kreeg van ‘ongeveer drie’. Dat is overigens in de
Voor mij is het woordje een in een stuk of wat onmisbaar. eerste helft van de negentiende eeuw zeker al het geval,
Ik zie wel dat een in de zin van Roth niet vervangen is zoals onze voorbeelden tonen.
door de (de is namelijk het lidwoord bij burgers, en niet Na de telwoorden kwam ook de mogelijkheid met wat.
bij stuk), en ik zie ook dat de combinatie van de + een niet Niet onbegrijpelijk, omdat je daarmee een onbepaald
kan; maar mag bij gebruik van het lidwoord de het lid- meervoud kunt aangeven: wat centen, wat bezoekers. En
woord een nu zomaar weggelaten worden? misschien op weg geholpen door combinaties als een
Het is bekend dat de meeste vaste verbindingen ta- jaar of wat, die eveneens uit die tijd stammen. Ook valt
melijk jong zijn: taalkundig jong. Oftewel: ontstaan in de
achttiende en vooral de negentiende en twintigste eeuw.
Op onderzoek naar mijn zin uit het boek van Roth ging Hoelang is de stuk of wat al
ik eerst eens kijken hoe oud een stuk of wat en een stuk of
drie zijn. Dat is met de Delpher-site van de Koninklijke gewoon? Al verrassend lang.
Bibliotheek in Den Haag vrij gemakkelijk na te gaan. Op
die site is een groot aantal kranten en boeken vanaf de
zeventiende eeuw tot heden digitaal doorzoekbaar. Je
typt een woord in, en Delpher toont je desgewenst in te denken aan de al oudere combinatie iet(s) of wat
chronologische volgorde alle vindplaatsen. (waaruit later ietwat ontstond). Maar hoe voor de hand
In het krantenarchief van Delpher is de vroegste liggend of begrijpelijk en verklaarbaar ook, men zégt het
vindplaats van een stuk of wat in de Arnhemsche Courant pas vanaf de negentiende eeuw. Wel is het zo dat de bei-
uit 1826. Het gaat daar over bomen: “en er waren er de constructies, zowel die met telwoord (de eerste) als
maar een stuk of wat blijven staan op eenen agterweg.” die met wat (die iets later begon), vervolgens al gauw
De volgende voorbeelden zijn van 1845 en 1847: heel frequent werden.
- door het op zijde zetten van een stuk of wat oudere VOORZICHTIG
collega’s En nu terug naar mijn zin uit het boek van Roth, met de
(Nieuwe Rotterdamsche Courant) stuk of wat. Of feitelijk juister gesteld: de constructie
- bevattende een stuk of wat antieke spreekwoorden zonder een. Is die uitzonderlijk? Nee, volstrekt niet.
(Vlissingsche Courant) Even zoeken met Google levert talloze voorbeelden op
uit de hedendaagse taal. Blijkbaar is ze momenteel heel
Ook gevallen met een of twee telwoorden komen in deze gewoon. Ik heb bepaald even iets gemist.
periode al voor: Hoelang is ze al gewoon? Hoelang wordt al de stuk of
wat, de stuk of drie of iets anders zonder een gezegd? Dat
- nog 300 tot den harem behoorende vrouwen (...); blijkt al verrassend lang te zijn: al minstens sedert de
meestal (...) zeer leelijk, een stuk of twaalf tweede helft van de negentiende eeuw:
uitgezonderd
(Groninger Courant, 1837) - de stuk of wat reizigers die hun neus buiten hun
- een stuk of twee drie overdreven koningsgezinde eigen woning durven steken
dagbladen (Java-bode, 1875)
(Bredasche Courant, 1829) - de stuk of vier verbaasd opziende onschuldige
- een stuk of drie vier keuzen leguanen
(Arnhemsche Courant, 1840) (Sumatra-Courant, 1875)
- uit dit allegaartje waren er maar stuk of tien, die
BY HET STUK OF BY DE EL feitelijk langebaan-wedstrijdzwemmer zijn
Als we behalve de kranten ook de boeken bekijken in (Algemeen Handelsblad, 1926)
Delpher, dan vinden we zelfs nog oudere voorbeelden - vier werden gepakt, maar stuk of twaalf worden
met een telwoord, uit 1721 (“een stuk of twee”) en 1746 nog gezocht ONZE TAAL 2019 — 7/8
(“een stuk of tien”). (Leeuwarder Courant, 1977)
Ik heb tot dusver geen voorbeelden kunnen vinden
van een stuk of wat uit de achttiende eeuw. De conclusie De conclusie is duidelijk: de zin die mij opviel in het
lijkt dus te zijn dat de uitdrukking met een telwoord er boek van Roth is al (minstens) zo’n anderhalve eeuw
eerder was dan de uitdrukking met wat. volstrekt normaal. Ik bedoel maar: je moet erg voor-
Hoe zoiets ontstaat, weet ik niet precies. Ik veronder- zichtig zijn met zeggen dat iets niet kan in het Neder-
stel dat stuk hier aanvankelijk gebruikt werd in de bete- lands. 25

