Na het voorzetsel tussen komt iets meervoudigs. Dat kan een constructie met en zijn, maar ook een meervoudige zelfstandig-naamwoordgroep of een zelfstandig naamwoord dat iets meervoudigs uitdrukt, bijvoorbeeld:

  • Hij staat op de foto tussen zijn vader en zijn moeder.
  • Ik moest kiezen tussen twee uitersten.
  • Hij staat op de foto tussen zijn vrienden.
  • Hij staat op de foto tussen zijn familie.

Kiezen tussen, kiezen uit en kiezen voor

Het werkwoord kiezen kun je combineren met tussen, uit en voor. Bovendien kan het zonder voorzetsel voorkomen.

Na kiezen tussen moet altijd iets meervoudigs of een verzameling komen. Na kiezen uit ook, maar bij voorkeur een verzameling.

  • U kunt kiezen tussen uitspraak A en uitspraak B.
  • U kunt kiezen tussen deze twee uitspraken.
  • U kunt kiezen uit uitspraak A en uitspraak B.
  • U kunt kiezen uit verschillende uitspraken.

Na kiezen voor volgt meestal een enkelvoud of een constructie met of, tenzij datgene waarvoor gekozen wordt, deel uitmaakt van een groter geheel:

  • U kunt kiezen voor uitspraak A of uitspraak B.
  • U kunt kiezen voor één uitspraak (van de twee).
  • U kunt kiezen voor twee uitspraken (= uit een grotere verzameling uitspraken kunnen er twee gekozen worden).

Andere formuleringen met kiezen zijn:

  • U kunt kiezen: uitspraak A of uitspraak B.
  • U kunt uitspraak A of uitspraak B kiezen.

U kunt dus kiezen uit verschillende formuleringen. Vermoedelijk is ‘U kunt kiezen tussen uitspraak A of uitspraak B’ een verhaspeling van verschillende zinnen.

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail