Waarom je 2026 op twee manieren kunt uitspreken, wordt duidelijker als je eerst kijkt naar hoe jaartallen tot 2000 worden uitgesproken.

1940: verkort tot ‘negentien-veertig’

Jaartallen tot 2000, zoals 1940 en 1998, spreek je vaak verkort uit. Je kunt ‘negentienhonderdveertig’ dus verkorten tot ‘negentien-veertig’ en ‘negentienhonderdachtennegentig’ tot ‘negentien-achtennegentig’.

In andere contexten spreek je diezelfde getallen wel altijd volledig uit: 1940 euro klinkt bijvoorbeeld als ‘negentienhonderdveertig euro’ (of ‘duizend negenhonderdveertig euro’) en niet als ‘negentienveertig euro’.

Die verkorte vormen zijn bij jaartallen de standaarduitspraak geworden.

2026: meestal voluit

Sinds 2000 gebruiken we weinig verkorte vormen meer. Je spreekt vaak voluit van ‘tweeduizend één’, ‘tweeduizend twee’ en dus ook: ‘tweeduizend zesentwintig’.

Maar je kunt 2026 ook uitspreken als ‘twintig-zesentwintig’, een uitspraak die ook geregeld voorkomt. Dan zet je het systeem uit de vorige eeuwen, waarbij begonnen werd met ‘achttien’ en ‘negentien’, in deze eeuw voort met ‘twintig’. In het Engels gebeurt dat al langer; daar is het heel gewoon om een jaartal als 2026 uit te spreken als ‘twenty-twenty-six’.

Alle jaartallen vanaf 2010 kun je dus ook op die manier uitspreken, met ‘twintig’ aan het begin. Op het tabblad ‘Achtergrond’ lees je daar meer over.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Waarom niet ‘twee-zesentwintig’?

Misschien vraag je je af waarom we 2026 niet kunnen verkorten door het getal ‘duizend’ weg te laten: waarom zeggen we niet ‘twee-zesentwintig’? Bij ‘negentienhonderdveertig’ laten we toch ook de ‘honderd’ gemakkelijk weg?

Maar dat woord ‘honderd’ weglaten werkt alleen bij jaartallen van vier cijfers die je ook in tweetallen kunt uitspreken. Je kunt 1940 dus splitsen in 19 + 40. Maar bij bijvoorbeeld het jaartal 860 werkt dat niet: niemand verkort dat tot ‘acht-zestig’. Dan lijkt het eerder alsof je het getal 68 bedoelt.

Bij jaartallen aan het begin van de eenentwintigste eeuw gebeurt iets vergelijkbaars. 2001 kun je moeilijk opknippen in tweetallen en verkorten tot ‘twee-één’: het zou helemaal niet zo duidelijk zijn dat je het over een jaartal hebt (en welk jaartal je dan precies bedoelt). De verkorte vorm ‘twee-zesentwintig’ (zonder ‘duizend’) zou in theorie best kunnen, maar die is toch niet in gebruik – mogelijk omdat je dat als 226 zou interpreteren.

In de eerste jaren van deze eeuw was het volledig uitspreken van de jaartallen normaal. Verkorten was ook niet echt nodig, want ‘tweeduizend één’ is helemaal niet zo’n mond vol. Langzamerhand raakten we gewend om alle jaartallen in de eenentwintigste eeuw met ‘tweeduizend’ uit te spreken, ook toen we aankwamen in het jaar 2010, dat zich wél leent voor een verkorting tot ‘twintig-tien’. Inmiddels hoor je jaartallen als 2015 en 2020 dus weleens verkort worden als ‘twintig-vijftien’ en ‘twintig-twintig’, dus wie weet zeggen we over een paar decennia wel veel vaker ‘twintig-zesentwintig’, ‘twintig-achtendertig’ en ‘twintig-vijfenveertig’.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!