Wat is goed: halfbloedprins of halfbloed prins?
Halfbloedprins en halfbloed prins zijn allebei goed.
Halfbloed kan een zelfstandig naamwoord zijn, maar ook een bijvoeglijk naamwoord. In het eerste geval is halfbloedprins goed, in het tweede geval halfbloed prins.
Voor de betekenis maakt het niet uit of je halfbloed( )prins aan elkaar of los schrijft. Wel is er een klein verschil in klemtoon: in de samenstelling halfbloedprins ligt de hoofdklemtoon op half, en in de woordgroep halfbloed prins ligt die op prins.
Halfbloed prins
Als je halfbloed ziet als een bijvoeglijk naamwoord, is halfbloed prins vergelijkbaar met bijvoorbeeld volwassen prins. Er komt een spatie tussen het bijvoeglijk naamwoord en het zelfstandig naamwoord. Deze spelling is bijvoorbeeld gebruikt in de Nederlandse titel van het zesde Harry Potter-boek: Harry Potter en de halfbloed prins.
Halfbloedprins
Wie halfbloedprins schrijft, beschouwt het woord als een samenstelling van de zelfstandige naamwoorden de halfbloed en de prins. Halfbloedprins is vergelijkbaar met kroonprins.
Halfbloed: beledigend
Het woord halfbloed is voor steeds meer mensen een beledigende term. Zij storen zich aan de bijbetekenis dat iemand slechts voor de helft van ‘goed’ bloed zou zijn. Een omschrijving heeft daarom de voorkeur: ‘iemand van gemengde afkomst’, ‘iemand wiens (voor)ouders een verschillende huidskleur hebben’. Daarnaast is de term dubbelbloed in gebruik gekomen. Deze term is in 2020 in de Dikke Van Dale opgenomen.
Het bijvoeglijk naamwoord halfbloed komt vaak voor in de paardenwereld: halfbloed paarden, halfbloed lippizaner, halfbloed arabier, halfbloed hengst. Ook samenstellingen als halfbloedhengst en halfbloedmerrie komen voor.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Vind je dit lastig? Dan is onze basistraining ‘Los of vast’ misschien iets voor jou. In deze online training krijg je uitleg over allerlei soorten woordgroepen en samenstellingen. Hoe weet je of je ze los, vast of met een streepje schrijft? Met behulp van filmpjes, voorbeelden en oefeningen heb je binnen drie kwartier alle basisregels onder de knie.