Het voorzetsel boven staat meestal voor een zelfstandig naamwoord, zoals de deur of de kast.

  • Wij wonen boven de kaaswinkel.
  • De glas-in-loodramen zitten boven de voordeur.
  • De inlogknop kun je boven de zoekbalk vinden.

Je kunt datzelfde boven ook combineren met er. De woorden er en boven schrijf je dan aan elkaar. Erboven betekent dan bijvoorbeeld ‘boven de kaaswinkel’, ‘boven de deur’ of ‘boven de zoekbalk’.

  • Wij wonen erboven.
  • De glas-in-loodramen zitten erboven.
  • De inlogknop kun je erboven vinden.

Erboven, hierboven, daarboven, waarboven

Wat voor er + boven geldt, geldt ook voor hier + boven, daar + boven en waar + boven. Je schrijft dus hierboven, daarboven en waarboven als één woord in zinnen als deze:

  • Mijn kamer is hierboven.  
  • Daarboven is alleen nog het penthouse.  
  • We komen binnen via de voordeur, waarboven glas-in-loodramen te zien zijn.

Op het tabblad ‘Achtergrond’ vind je meer uitleg over over er, hier, daar en waar in combinatie met voorzetsels.

Er (...) boven

Tussen er, hier, daar of waar en boven kunnen andere delen van de zin staan. In dat geval schrijf je ze uiteraard als losse woorden, ook al horen ze nog steeds bij elkaar. Je mag boven daarom niet aan ander woord (zoals een werkwoord) vast schrijven.

  • Ik zie het wasgoed er niet boven liggen.
  • Moet ik het hier voorzichtig boven plaatsen?
  • We zien daar geen vlekken boven zitten.

Blij met deze uitleg?

Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar.

Stel hier je vraag

Er zijn veel combinaties denkbaar met voorzetsels, zoals voor, van, aan, naar, op, enzovoort. Na het voorzetsel staat vaak een zelfstandig naamwoord, een persoonlijk voornaamwoord of een naam (of een woordgroep met zo’n woord als kern):

  • Zij houdt van kerstliedjes.
  • Ik zorg voor jou.
  • We kijken naar Netflix.
  • We moeten denken aan voldoende eten voor onderweg.

In plaats van zo’n woord(groep) kan er ook er, daar, hier of waar bij het voorzetsel staan. Als er/daar/hier/waar direct voor het voorzetsel staat in de zin, schrijf je die woorden aan elkaar: 

  • Zij houdt daarvan.
  • Ik zorg hiervoor.
  • Waarnaar kijken we?
  • We moeten eraan denken.

Erboven = ‘boven het (ding)’, ‘boven de dingen’

Zo’n woord als eraan betekent eigenlijk ‘aan het’ of ‘aan iets (wat net genoemd is)’. Evenzo betekent daarvan eigenlijk ‘van dat, van die dingen’. Hiervoor is te lezen als ‘voor dit, voor deze dingen’, en waarnaar betekent eigenlijk ‘naar wat, naar welke dingen’.

De combinatie van er en een voorzetsel verwijst dan ook vaak naar iets wat eerder in de zin of in de vorige zin genoemd is. Het gebruik van zo’n combinatie voorkomt dat je een woordgroep moet herhalen. Voorbeelden:

  • Denk jij aan mijn planten in de vakantie? Ja hoor, ik denk eraan.
    [eraan = aan de planten]
  • We eten blijkbaar zuurkool morgen. Houd jij daarvan?
    [daarvan = van zuurkool]
  • Je hoeft zelf geen lunch mee te nemen: hiervoor wordt gezorgd.
    [hiervoor = voor een lunch]

Combinaties als eraan, ervan en ervoor kunnen ook verwijzen naar iets wat verderop in de zin staat. Dat is dan vaak een bijzin die met dat of om begint. Voorbeelden:

  • Zul je eraan denken dat je de planten water geeft?
  • Zij houdt ervan om mensen voor de gek te houden.
  • Wil jij ervoor zorgen dat mijn planten water krijgen?

Let op 

Soms staan er/daar/hier/waar en een voorzetsel wel na elkaar in de zin, maar horen ze toch niet bij elkaar. Het voorzetsel kan namelijk ook een zinsdeel vormen met een woord of woordgroep erachter. Zoals hier:

  • Ze had er voor niks zitten wachten.
    [er duidt een plaats aan; voor hoort bij (voor) niks, niet bij er]
  • Ik ben er voor de zoveelste keer in getrapt.
    [voor hoort bij (voor) de zoveelste keer, niet bij er]
  • Je kunt op me rekenen; ik ben er voor jou.
    [voor hoort bij (voor) jou, niet bij er]
  • Ze had daar van acht tot tien op hem zitten wachten.
    [daar duidt een plaats aan; van hoort bij (van) acht tot tien, niet bij daar]
  • De dieren komen hier in elk geval tot rust.
    [hier duidt een plaats aan; in hoort bij (in) elk geval, niet bij hier]
  • Onze buren hebben een garage waar tegen betaling caravans worden gestald.
    [waar duidt een plaats aan; tegen hoort bij betaling]

In deze zinnen verwijst er/daar/hier naar iets anders, bijvoorbeeld naar een plaats; in elk geval heeft het een andere functie dan in de eerdere zinnen op deze pagina. In zulke gevallen schrijf je er en het voorzetsel los van elkaar.

Online training

Vind je dit lastig? Volg dan onze online training Los of vast: ‘er’, voorzetsels en werkwoorden. Met behulp van video’s, stappenplannen en opdrachten heb je de regels binnen de kortste keren onder de knie.