Wat is juist: 'Dan word je zeker kampioen' of 'Dan wordt je zeker kampioen'?

 

Juist is: 'Dan word je zeker kampioen.'

Als je het onderwerp van de zin is, en achter de persoonsvorm staat, komt er geen t achter de persoonsvorm. Bij een werkwoord als blijven is dit goed te horen: 'Dan blijf je zeker kampioen.' Bij worden is het verschil echter niet hoorbaar: wordt en word klinken immers precies hetzelfde. Dat maakt 'Dan word je kampioen' voor veel mensen een twijfelgeval. Op zichzelf is er echter geen verschil met 'Dan blijf je kampioen': omdat je het onderwerp is en ná de persoonsvorm komt, hoort er geen t te staan.

Er zijn twee manieren om erachter te komen of je het onderwerp van de zin is en de t achter word dus weg kan blijven.

  1. Je kan alleen onderwerp zijn als het vervangbaar is door jij: 'Dan word/blijf jij zeker kampioen.' Als je niet vervangen kan worden door jij, maar vervangen moet worden door jou of jouw, moet een ander woord het onderwerp van de zin zijn. Bijvoorbeeld:
    • Dat wordt je vast wel duidelijk. (Hier is je alleen vervangbaar door jou: 'Dat wordt jou vast wel duidelijk'; dat is het onderwerp en daarom is wordt juist.)
    • Wordt je moeder volgend jaar directeur? (In deze zin is je een verkorte vorm van het bezittelijk voornaamwoord jouw; het onderwerp van de zin is jouw moeder.)
  2. Een tweede mogelijkheid is het zoeken naar een ander werkwoord; bijvoorbeeld blijven, waarin de t eventueel te horen is:

    • Dan blijf je zeker kampioen. Dus ook: Dan word je zeker kampioen.
    • Dat blijft je vast wel duidelijk. Dus ook: Dat wordt je vast wel duidelijk.
    • Blijft je moeder directeur? Dus ook: Wordt je moeder directeur?