Wat is het verschil tussen ‘De tuin wordt ontworpen’ en ‘De tuin is ontworpen’?

Als de tuin ‘wordt ontworpen’ is dat proces nog aan de gang: het ontwerp is ‘in wording’, maar het is nog niet af. Als de tuin ‘is ontworpen’ is het ontwerp voltooid, afgerond.

Het is hetzelfde verschil als tussen de zinnen ‘Vita ontwerpt de tuin’ en ‘Vita heeft de tuin ontworpen.’ ‘Vita ontwerpt de tuin’ betekent dat het tuinontwerp nog niet af is: ze werkt er nog aan. ‘Vita heeft de tuin ontworpen’ wil zeggen: ze heeft het ontwerp af.

Ontwerpt en wordt ontworpen staan in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Heeft ontworpen en is ontworpen staan in de voltooid tegenwoordige tijd.

Werkwoordstijden

Wordt ontworpen en is ontworpen zijn passieve vormen (ook wel lijdende vormen genoemd). Daar staat niet altijd bij wie de handelende persoon is – in dit geval: wíé iets ontwerpt. Als het erbij staat, staat er een door-bepaling in de passieve zin. Bijvoorbeeld: ‘De tuin is/wordt ontworpen door Vita.’

Passieve zinnen kunnen net als actieve zinnen in acht verschillende werkwoordstijden staan. Hieronder staat van elk van die tijden een voorbeeld, met achter de passieve zin steeds de actieve tegenhanger:

  1. onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
    ‘De tuin wordt ontworpen.’ – ‘Ze ontwerpt de tuin.’
  2. onvoltooid verleden tijd (ovt)
    ‘De tuin werd ontworpen.’ – ‘Ze ontwierp de tuin.’
  3. voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
    ‘De tuin is ontworpen.’ – ‘Ze heeft de tuin ontworpen.’
  4. voltooid verleden tijd (vvt)
    ‘De tuin was ontworpen.’ – ‘Ze had de tuin ontworpen.’
  5. onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
    ‘De tuin zal ontworpen worden.’ – ‘Ze zal de tuin ontwerpen.’
  6. voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
    ‘De tuin zal ontworpen zijn.’ – ‘Ze zal de tuin ontworpen hebben.’
  7. onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
    ‘De tuin zou ontworpen worden.’ – ‘Ze zou de tuin ontwerpen.’
  8. voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
    ‘De tuin zou ontworpen zijn.’ – ‘Ze zou de tuin ontworpen hebben.’

In een tekst met veel passieve zinnen staan over het algemeen minder handelende personen. Daar kunnen goede redenen voor zijn, maar het kan een tekst ook onpersoonlijk, abstract en voor sommige lezers moeilijker maken.

Uitgebreide informatie over de werkwoordstijden en hun gebruiksmogelijkheden staat in de Algemene Nederlandse Spraakkunst.