Wat is een werkwoordelijke uitdrukking?

Een werkwoordelijke uitdrukking is een vaste combinatie van een werkwoord en een of meer andere woorden. Het belangrijkste kenmerk van deze combinatie is dat je die in z’n geheel figuurlijk moet opvatten. Een voorbeeld is iemand voor het lapje houden. Dat betekent: ‘iemand misleiden, iemand bedonderen’. Het gaat hier niet om een echt ‘lapje’ en er wordt ook niemand letterlijk voor iets ‘gehouden’. Het geheel heeft alleen een figuurlijke betekenis. Je kunt de uitdrukking bovendien niet veranderen. Zo kun je niet spreken van bijvoorbeeld iemand voor een grote lap houden of de mensen voor verschillende lapjes houden.

Binnen werkwoordelijke uitdrukkingen worden geen zinsdelen onderscheiden. Voor het lapje gehouden benoem je dus in z’n geheel als het (werkwoordelijk) gezegde van de zin ‘Ze hebben ons voor het lapje gehouden.’ Vergelijk ook ‘Erik koos het hazepad’ met ‘Erik koos het smalste bergpad.’ Het hazepad kiezen is een werkwoordelijke uitdrukking. De betekenis is figuurlijk (‘vluchten’). Er is geen sprake van ‘kiezen’ en ook niet van een echt ‘pad’. Daarom is koos het hazepad in z’n geheel het werkwoordelijk gezegde. Maar in ‘Erik koos het smalste bergpad’ kun je ‘gewoon’ de persoonsvorm koos en het lijdend voorwerp het smalste bergpad benoemen.

Andere voorbeelden van werkwoordelijke uitdrukkingen zijn: de kluts kwijtraken, met de noorderzon vertrekken, iemand op de kast jagen, een flater slaan, het hoofd verliezen, de plaat poetsen (‘vertrekken’), iemand een poets bakken en de pijp aan Maarten geven.