Is uitprinten een fout woord en mag je alleen spreken van printen?

Nee, uitprinten is niet fout. Je kunt dus zeggen 'Ik heb het rapport geprint' én 'Ik heb het rapport uitgeprint.' Uitprinten is onder andere opgenomen in onze Spellingwijzer Onze Taal, de Dikke Van Dale en het officiële Groene Boekje.

Het komt vaak voor dat aan werkwoorden een voorzetsel wordt toegevoegd. Zo bestaan de werkwoordparen testen en uittesten, proberen en uitproberen, checken en nachecken, scannen en inscannen en dus ook printen en uitprinten. Die neiging om een voorzetsel toe te voegen ontstaat door een behoefte aan 'expressiviteit'. Als iets is nagecheckt klinkt dat net iets overtuigender dan gecheckt. Als je een tekst inscant, druk je wat sterker uit dat je het als bestand opslaat dan als je een tekst scant. En als je zegt dat je een rapport hebt uitgeprint benadruk je net iets meer dat het rapport af is en klaar om gelezen te worden dan met 'Ik heb het rapport geprint.'

Werkwoorden als uitprinten worden weleens afgekeurd omdat het contaminaties (verhaspelingen) zouden zijn; bij uitprinten zou het dan gaan om een combinatie van printen en uitdraaien. Maar er is een verschil met een échte contaminatie als opnoteren (van opschrijven en noteren): in opnoteren voegt op niets toe, terwijl uit in uitprinten het resultaat van het printen benadrukt. Overigens is uitprinten misschien ontstaan onder invloed van uitdraaien, maar dat woord is zelf inmiddels niet meer gebruikelijk: naast (uit)printen lijkt afdrukken het gewoonste werkwoord te zijn. In België wordt daarnaast ook afprinten gebruikt.

Andere werkwoorden die soms als contaminatie gezien worden, maar waarin het voorzetsel een betekenisaspect toevoegt, zijn:

  • doorverwijzen
  • inregelen
  • inscannen
  • inschatten
  • invorderen
  • nachecken
  • opgoogelen/opgooglen
  • oppimpen
  • opstarten
  • uitfilteren
  • uitproberen
  • uitselecteren
  • uittesten