Waar komt het 'verbod' om gebakje te zeggen in plaats van taartje vandaan?

 

Dit verbod berust niet op taalkundige, maar op sociale normen. In het Standaardnederlands zijn gebakje en taartje beide correct.

De afkeer van het woord gebak(je) bestaat vooral in de hoogste kringen, bijvoorbeeld bij de adel. Daar is voor een deel een eigen dialect ontstaan, waarmee men zich onderscheidt van de 'gewone burger'. Kenmerkend voor dit dialect zijn het gebruik van veel Franse uitdrukkingen (douceurtje voor fooitje) en het afkeuren van bepaalde woorden. Ook bij die afgekeurde woorden zit een aantal Franse woorden; dat is te verklaren doordat die woorden gaandeweg steeds meer gebruikt werden door 'het gewone volk' om keuriger te lijken. De adel wilde zich, zoals gezegd, onderscheiden van dit gewone volk, en koos vervolgens juist weer voor het Nederlandse woord.

Agnies Pauw van Wieldrecht heeft enkele leuke boekjes over dergelijke verschijnselen geschreven, onder andere Het dialect van de adel (Uitgeverij Rap, 1991). Enkele voorbeelden daaruit:

Zeg niet ... maar ...
aangenaam geef een hand en zeg je naam
bestek messen, lepels en vorken
colbertje jasje
dessert toetje
doe mij maar ... ik wil graag ...
dressoir buffet
eet smakelijk helemaal niets
fauteuil stoel
gebakje taartje
graag gedaan geen dank
hallo (vooral tegen ouderen) goedemorgen, goedemiddag, goedenavond
ik ben wezen fietsen ik heb gefietst
ik doe het gelijk ik doe het dadelijk/meteen
ik heb honger ik heb trek
ik lust het graag ik vind het lekker
japon jurk
koelkast ijskast
kostuum pak
mantel jas
omkleden verkleden
overgeven, braken spugen
pantalon broek
parfum lekker stankje, lekker luchtje
pilsje biertje
salon woonkamer/huiskamer
snel vlug
stropdas das
toilet plee, wc, hum
trottoir stoep
wagen auto
woning huis
zeer, zich zeer doen pijn, zich pijn doen

Iets vergelijkbaars bestaat overigens ook in Groot-Brittannië, waar het verschijnsel U en non-U wordt genoemd (waarbij de u staat voor upper class).