In het openbaar vervoer en bij concerten e.d. kun je een staanplaats hebben. Moet dat geen staplaats zijn?

De woorden staplaats en staanplaats bestaan beide. In de praktijk is staanplaats veruit het gebruikelijkst, zeker in de betekenis 'plaats waar een toeschouwer kan/moet staan'. Staplaats kan 'toegewezen plaats voor bijvoorbeeld een tent, caravan of kraam' betekenen, maar ook dan is staanplaats gewoner.

Staanplaats is een buitenbeentje onder de samenstellingen die met een werkwoord beginnen. Normaal gesproken wordt de werkwoordsstam gebruikt: zitplaats, ligplaats, loopfiets, etc. Hierbij sluit staplaats aan; die vorm is ook ouder dan staanplaats.

Eenlettergrepige werkwoorden, zoals doen, zien en staan, hebben enkele opvallende eigenschappen. Een ervan is dat de slot-n vaak voorkomt in vormen waar normaal gesproken een werkwoordsstam staat; vergelijk ziener, doener, verstaanbaar en (on)doenlijk met werker, prater, hoorbaar en toegeeflijk. Samenstellingen met eenlettergrepige werkwoorden zijn zeldzaam; de grote Van Dale (2005) vermeldt onder meer gaanpad, slaankoek, zienswijze en enkele gevallen met staan: naast staanplaats onder meer staangeld en staantribune. Overigens noemt Van Dale ook de varianten stageld en statribune.