Is het geranium of Geranium?

Dieren- en plantennamen worden in algemene teksten met kleine letters geschreven: geranium, hond, das, hagedis, monnikskap, ooievaarsbek, begonia, hortensia, rode beuk, grove den, etc. Voor plantenfamilies geldt hetzelfde: haagbeukfamilie, begoniafamilie, papaverfamilie, etc.

Ook als de naam van een dier of plant een afleiding is van een aardrijkskundige naam of een samenstelling ermee, krijgt de naam een kleine letter: barnevelder, galapagosschildpad, hollander, lotharinger, nijlpaard, shetlander, yorkshireterriër, etc.

Een hoofdletter komt alleen in de volgende gevallen voor:

  • Als in de planten- of dierennaam een aardrijkskundige naam als bijvoeglijk naamwoord zit: Amerikaanse eik, Deense dog, Drentse heideschapen, Duitse herder, Friese staander, Guinees biggetje, Kaukasisch vergeet-mij-nietje, Mechelse herder, Vlaamse gaai, etc.
  • Aan het begin van de wetenschappelijke Latijnse benaming van een plant of dier: Aconitum henryi, Geranium sanguineum, Malus domestica, Meles taxus, Mustela putorius, Talpa europaea, etc.
  • Diernamen die beginnen met de bezitsvorm van de naam van de ontdekker: Cetti's zanger, Darwins nandoe, Temmincks strandloper.

In vakteksten, zoals een dieren- of plantengids, wordt voor Nederlandse namen soms ook de Latijnse conventie gehanteerd, dat wil zeggen dat elke dieren- of plantennaam met een hoofdletter begint: Kleine vos, Gele lis. Dit heeft als voordeel dat duidelijk is of kleuraanduidingen of woorden als kleine en grote deel uitmaken van de naam of niet. Hoofdletters verderop in de naam zijn in het Nederlands niet nodig: Kleine plevier, Paarse dovenetel, Gewoon duizendblad. In 'gewone' teksten heeft deze conventie niet de voorkeur.