Waar komt het gezegde op z’n elfendertigst vandaan?

Op z’n elfendertigst betekent ‘uitermate langzaam en omslachtig’. Wie iets op z’n elfendertigst doet, laat zich niet opjagen – en dat kan nog weleens irritatie bij anderen wekken.

In het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) staat dat op zijn elfendertigst oorspronkelijk een gunstige betekenis had: ‘keurig, netjes’. Het gezegde is ontstaan uit een weefterm. De elf-en-dertig was een kam voor het weven van zeer fijn textiel: een weefkam waar 41 gangen doorheen gingen (oftewel 11 en 30; vandaar elf-en-dertig) en 4100 draden doorheen geschoven konden worden. Zo’n kam was een van de fijnste die er bestonden. Dit weverswerk vereiste precisie; vandaar de originele betekenis ‘keurig’. Werken met de elf-en-dertig was ook tijdrovend; daardoor ontstond de latere betekenis ‘langzaam en omslachtig’.

F.A. Stoett vermeldt dat men vroeger dacht dat op zijn elfendertigst terugging op de langzame manier waarop de Staten van Friesland, bestaande uit de afgevaardigden van 11 steden en 30 grietenijen, overlegden. Tegenwoordig wordt deze uitleg als onwaarschijnlijk gezien.