Wat is juist: 'De poes nieste' of 'De poes niesde'?

Het is allebei juist; alle naslagwerken vermelden beide vervoegingen. Dat komt doordat zowel niezen als niesen juist is. Niezen - niesde - geniesd is het oudst, maar niesen - nieste - geniest komt ook al lange tijd voor; Van Dale neemt het voor het eerst op in de achtste druk (1961).

Niezen - niesde - geniesd is juist omdat in het hele werkwoord een z staat; in de vervoegingen van de verleden tijd hoort daarom een d te staan: niesde - geniesd. De stam van niezen is niez.
Niesen - nieste - geniest is juist omdat er nu in het hele werkwoord een s staat (de stam is nies). Volgens de vervoegingsregels komt er dan een t in de verleden tijd: nieste - geniest.

De regels houden dus rekening met de laatste medeklinker voor de uitgang -en in het werkwoord: is die stemhebbend, zoals de z, waarbij je in je keel iets voelt trillen als je hem uitspreekt, dan is de stemhebbende d juist. Vergelijk: kniezen - kniesde - gekniesd. Is de medeklinker voor -en stemloos, zoals de s, dan volgt de eveneens stemloze t. Vergelijk: piesen - pieste - gepiest. Op deze regel heeft het ezelsbruggetje van 't kofschip (ook wel 't fokschaap, het kofschiptaxietje en de xtc-koffieshop) betrekking.

Vergelijkbaar met niezen/niesen zijn sauzen - sausde - gesausd naast sausen - sauste - gesaust, spiezen - spiesde - gespiesd naast spiesen - spieste - gespiest en schranzen - schransde - geschransd naast schransen - schranste - geschranst.