Wat is juist: 'We gaan met zijn allen op vakantie' of 'We gaan met ons allen op vakantie'?
 

Beide zinnen zijn juist.

In combinaties van met of op en een bezittelijk voornaamwoord (zoals met zijn allen) kan het bezittelijk voornaamwoord zich aanpassen aan het onderwerp van de zin, maar dat gebeurt niet altijd. Het is moeilijk om precies regels te geven voor het aanpassen van het bezittelijk voornaamwoord. Wij geven hieronder de vuistregels zoals ze beschreven staan in de Schrijfwijzer (2012) van Jan Renkema.

  1. In enkele vaste combinaties staat altijd zijn. De bekendste zijn: in zijn algemeenheid, op zijn beloop laten, op zijn Vlaams, enz., op zijn hoogst, op zijn laatst, op zijn minst, op zijn zachtst gezegd.
  2. In enkele minder vaste combinaties zijn beide mogelijkheden juist, zijn of een aangepast bezittelijk voornaamwoord: met zijn/ons allen, met zijn/jullie tweeën, met zijn/hun drieën, enz.; op zijn plus een overtreffende trap (behalve de voorbeelden bij 1), dus: op zijn/haar mooist, op zijn/hun hardst, enz.
  3. In de overige combinaties bestaat een voorkeur voor een aangepast bezittelijk voornaamwoord: op jouw beurt, in zijn ware gedaante, op mijn gemak, op onze plek, tot haar recht, uit hun verband rukken.

Overigens wordt zijn in vaste combinaties vaak afgezwakt tot z'n; hier is, behalve in formele schrijftaal, geen bezwaar tegen.