Mag je in plaats van mijn zusje ook me zusje schrijven?

Nee, me zusje is niet goed. Wie mijn zusje informeler of met minder nadruk wil opschrijven, kan wel voor m’n zusje kiezen. Voor veel mensen zijn formuleringen als ‘Me zusje kan goed zingen’ en ‘Ik ga dit weekend naar me vader’ een grote taalergernis.

Me = mij

Me kan alleen als ‘gereduceerde’, onbenadrukte vorm van mij gebruikt worden. Mij is geen bezittelijk voornaamwoord; net zoals mij zusje niet goed is, is ook me zusje niet juist. Me is dus nooit een alternatief voor het bezittelijk voornaamwoord mijn/m’n. Een paar voorbeelden met mijn/m’n en mij/me:

  • Mijn zoontje lust olijven! / M’n zoontje lust olijven!
  • Dat moet je aan mijn moeder vragen. / Dat moet je aan m’n moeder vragen.
  • De caissière vroeg mij of ik zegels wilde. / De caissière vroeg me of ik zegels wilde.
  • Vraag mij niet telkens hoe laat het is! / Vraag me niet telkens hoe laat het is!  

Een overzicht:

 

woordsoort rol nadrukkelijke vorm onnadrukkelijke vorm
persoonlijk voornaamwoord onderwerp ik
Ik denk dat het wel lukt.
’k
’k Denk dat het wel lukt.
persoonlijk voornaamwoord niet-onderwerpsvorm mij
Haal mij maar op.
Geef mij dat boek.
Kijk naar mij.
me
Haal me maar op.
Geef me dat boek.
Kijk naar me.
bezittelijk voornaamwoord bezitsvorm mijn
Dat zijn mijn broertje en mijn zusje.
m’n
Dat zijn m’n broertje en m’n zusje.