Wat klopt er niet in de volgende zin: ‘U kunt kiezen tussen uitspraak A of uitspraak B’?

In deze zin is of niet goed. Het moet en zijn: ‘U kunt kiezen tussen uitspraak A en uitspraak B.’ 

Na het voorzetsel tussen hoort iets meervoudigs te komen. Dat kan een constructie met en zijn, maar ook een meervoudige zelfstandig-naamwoordgroep of een zelfstandig naamwoord dat iets meervoudigs uitdrukt, bijvoorbeeld:

  • Hij staat op de foto tussen zijn vader en zijn moeder.
  • Ik moest kiezen tussen twee uitersten.
  • Hij staat op de foto tussen zijn vrienden.
  • Hij staat op de foto tussen zijn familie.

Kiezen tussen/uit/voor

Het werkwoord kiezen kun je combineren met tussenuit en voor. Bovendien kan het zonder voorzetsel voorkomen.

Na kiezen tussen moet altijd iets meervoudigs of een verzameling komen. Na kiezen uit ook, maar bij voorkeur een verzameling. Na kiezen voor volgt meestal een enkelvoud of een constructie met of, tenzij datgene waarvoor gekozen wordt, deel uitmaakt van een groter geheel. Dus:

1a. U kunt kiezen tussen uitspraak A en uitspraak B.
1b. U kunt kiezen tussen deze twee uitspraken.
2a. U kunt kiezen uit uitspraak A en uitspraak B.
2b. U kunt kiezen uit verschillende uitspraken.
3a. U kunt kiezen voor uitspraak A of uitspraak B.
3b. U kunt kiezen voor één uitspraak (van de twee).
3c. U kunt kiezen voor twee uitspraken (= uit een grotere verzameling uitspraken kunnen er twee gekozen worden).
4a. U kunt kiezen: uitspraak A of uitspraak B.
4b. U kunt uitspraak A of uitspraak B kiezen.

U kunt dus kiezen uit verschillende formuleringen. Vermoedelijk is ‘U kunt kiezen tussen uitspraak A of uitspraak B’ een verhaspeling van de zinnen 1a en 3a.