Wat is juist: 'Dat kostte mij heel wat hoofdbreken' of 'Dat kostte mij heel wat hoofdbrekens'?

Beide zinnen zijn goed, maar tegenwoordig is heel wat hoofdbrekens (met een s dus) veel gebruikelijker.

Hoofdbreken ('zware overpeinzing, geestelijke inspanning') is een zelfstandig naamwoord; Van Dale (2005) geeft aan dat het meervoud hoofdbrekens is en vermeldt de voorbeeldzin: 'Het kostte heel wat hoofdbreken(s) eer het zover was.' Volgens Van Dale mág de s dus worden toegevoegd, maar hoeft dat niet. Het Groene Boekje neemt het hoofdbreken en het meervoud hoofdbrekens eveneens op.

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt dat hoofdbreken is ontstaan naar aanleiding van de uitdrukking zich het hoofd breken. Hoofdbreken fungeert als zelfstandig naamwoord, maar is volgens het WNT eigenlijk een onbepaalde wijs, oftewel: een heel werkwoord. Het hoofdbreken is eigenlijk dus vergelijkbaar met (het) onderhandelen in bijvoorbeeld 'Dat kostte heel wat uren onderhandelen.' Zo'n heel werkwoord heeft geen meervoudsvorm. De s van hoofdbrekens is oorspronkelijk dan ook geen meervouds-s, maar een bezits-s (een tweedenaamvals-s). Na heel wat hoofdbrekens moet dus eigenlijk gelezen worden als 'na heel wat uren van hoofdbreken'. Deze bezits-s komt bijvoorbeeld ook voor in een uur gaans ('een uur van gaan').

De s van hoofdbrekens is in de loop van de twintigste eeuw 'geherinterpreteerd' als meervouds-s. Tegenwoordig zal vrijwel iedereen deze s als meervouds-s opvatten. Dat komt ook doordat hoofdbrekens goed bij andere 'jonge' meervouden van zelfstandig gebruikte werkwoorden ('onbepaalde wijzen') past, zoals verlangens (een meervoud dat inmiddels ook al meer dan honderd jaar voorkomt), optredens (sinds 1976 in Van Dale), aandenkens en voorkomens (beide sinds 1999 in Van Dale).