Waar komen de spaties in 'We gaan er( )van( )uit dat het zal lukken'?

Juist is: 'We gaan ervan uit dat het zal lukken.'

Het gaat in deze constructie om het werkwoord uitgaan: het is uitgaan van iets. Als er niet van iets staat maar ervan, wordt dat aaneengeschreven: ervan uitgaan dat (...). Omdat uitgaan een scheidbaar werkwoord is, staan de delen hiervan vaak gescheiden in de zin: 'We gaan uit van ...', 'We gaan ervan uit dat ...'

In 'We gaan ervan uit dat het zal lukken' moet uit dus los blijven staan van ervan, omdat het deel uitmaakt van het werkwoord uitgaan. Er is vaak verwarring over deze schrijfwijze, omdat er ook een woord vanuit bestaat, zoals in vanuit de stad en vanuit mijn functie, maar dat voorzetsel is hier niet bedoeld.

Een paar voorbeeldzinnen met ervan uitgaan:

  • Ervan uitgaande dat de cijfers juist zijn, ga ik akkoord.
  • Ik ben ervan uitgegaan dat de cijfers juist zijn.
  • Ik ga ervan uit dat de cijfers juist zijn.
  • Ik vind dat we ervan moeten uitgaan dat de cijfers juist zijn.
  • Dit zijn de principes waarvan uitgegaan moet worden.

Ook ervan kan soms gescheiden worden door een of meer andere woorden. Ook dan komt uit niet aan van vast:

  • Ik ben er steeds van uitgegaan dat het klopt.
  • We gaan er daarom maar van uit dat de cijfers juist zijn.

Andere combinaties van er / hier / waar / daar, een of meer voorzetsels en een werkwoord staan in ons uitgebreide advies met een lange lijst voorbeelden.