Waar komen de spaties in ‘We gaan er( )van( )uit dat het zal lukken’?

Goed is: ‘We gaan ervan uit dat het zal lukken.’ Ervan is één woord en uit staat daar los achter. 

Het hele werkwoord is uitgaan van (iets). Bijvoorbeeld: ‘We gaan uit van een goede afloop’ en ‘Ik ga uit van haar goede bedoelingen.’ Vaak staat er niet iets als van een goede afloop of van haar goede bedoelingen, maar alleen het bijwoord er. Dan vormt er één geheel met van: ervan uitgaan. Bijvoorbeeld:

  • We gaan ervan uit dat het goed afloopt. 
  • Ik ga ervan uit dat ze het goed bedoelt. 

In deze zinnen staat uit los van ervan, omdat het deel uitmaakt van het werkwoord uitgaan. ‘We gaan ervanuit dat ...’ is dus niet goed. (In ‘Vanuit de stad gerekend moet je de derde afslag hebben’ en ‘Vanuit mijn functie sta ik hier helemaal achter’ gaat het om een ander vanuit, een los voorzetsel)

Een paar voorbeeldzinnen met ervan uitgaan (en de varianten daarvan en waarvan):

  • Ervan uitgaande dat de cijfers juist zijn, ga ik akkoord.
  • Ik ben ervan uitgegaan dat de cijfers juist zijn.
  • Ik ga ervan uit dat de cijfers juist zijn.
  • Ik vind dat we ervan moeten uitgaan dat de cijfers juist zijn.
  • Daarvan ga ik uit.
  • Dit zijn de principes waarvan uitgegaan moet worden.

Ook ervan kan gescheiden worden door een of meer andere woorden. Wat hetzelfde blijft, is dat uit niet aan van vast komt: het hoort nu eenmaal bij het werkwoord gaan en mag niet aan een ander woord dan een vervoeging van gaan vast geschreven worden.

  • Ik ben er steeds van uitgegaan dat het klopt.
  • We gaan er daarom maar van uit dat de cijfers juist zijn.
  • Daar ga ik van uit.

Andere combinaties van er / hier / waar / daar, een of meer voorzetsels en een werkwoord staan in ons uitgebreide advies met een lange lijst voorbeelden.