Wat is juist?

  1. Mieke vroeg aan de vrouw en diens dochter of ze haar wilden helpen.
  2. Mieke vroeg aan de vrouw en dier dochter of ze haar wilden helpen.
  3. Mieke vroeg aan de vrouw en haar dochter of ze haar wilden helpen.

Zin 3 is juist en ook gebruikelijk. Zin 2 is ook goed, maar dier is hier sterk verouderd. In zin 1 verwijst diens naar een vrouw, en dat klopt eigenlijk niet. Diens kan van oorsprong alleen naar mannelijke personen verwijzen.

Dubbelzinnigheid

Zin 3 heeft als nadeel dat hij dubbelzinnig is. Deze zin kan namelijk ook zo gelezen worden: ‘Mieke vroeg aan de vrouw en aan haar eigen dochter of ze haar wilden helpen.’ Het gaat dan dus om de dochter van Mieke. Zin 2 maakt meteen duidelijk wat bedoeld is. Tenminste: voor degenen die de vorm dier kunnen plaatsen. Dat zal lang niet altijd het geval zijn. Het gebruik van dier maakt een tekst bovendien zeer formeel en afstandelijk. Wie duidelijk en toegankelijk wil formuleren, kan dier het best vermijden. (Wie het juist leuk of zelfs belangrijk vindt ouderwetse vormen als dier te gebruiken, kan dat uiteraard doen.)

Dier en diens: naamvallen

Dier en diens zijn restanten van het naamvallensysteem dat het Nederlands eeuwen geleden had. Het zijn verbuigingsvormen van het aanwijzend voornaamwoord die. Alleen diens komt nog geregeld voor. Dier is zo goed als verdwenen uit het hedendaagse taalgebruik. Met dier verwees je vroeger naar vrouwelijke personen en naar meervouden. Drie voorbeelden met diens en dier:

  1. Ik zag Jonas lopen met zijn beste vriend en diens/zijn dochters.
  2. Ik zag Romy lopen met haar beste vriendin en dier/haar dochters.
  3. Ik zag Romy lopen met haar beste vrienden en dier/hun dochters.

In zin 4 maakt diens extra duidelijk dat het om de dochters van de beste vriend gaat. In ‘Ik zag Johan lopen met zijn beste vriend en zijn dochters’ kan het ook om de dochters van Johan gaan. Diens is wel wat formeel, maar het komt nog geregeld voor.

In zin 5 heeft haar het nadeel dat de lezer kan denken dat de dochters van Romy zijn, terwijl ze van de vriendin zijn. Dier maakt op zichzelf meteen duidelijk wat er bedoeld is, maar dat geldt lang niet voor alle lezers. Het is beter deze verouderde vorm te vermijden. Wie misverstanden wil voorkomen, zal de zin dus anders moeten formuleren. Bijvoorbeeld: ‘Ik zag Romy lopen met haar beste vriendin, die haar dochters bij zich had.’

In zin 6 heeft hun het nadeel dat de lezer kán denken dat er ook dochters van Romy bij zijn. Het gebruik van dier zou die conclusie helemaal uitsluiten. Maar ook hier geldt dat dier te sterk verouderd is. Beter is een herschrijving als ‘Ik zag Romy lopen met haar beste vrienden, die hun dochters bij zich hadden.’

Diens als algemeen verwijswoord

In zinnen als 5 en 6 zie je weleens diens opduiken. Diens heeft dan de functie van een onveranderlijk, algemeen verwijswoord naar personen. Dat klopt eigenlijk niet: diens is een enkelvoud waarmee je verwijst naar mannen. Als je ermee verwijst naar een vrouw (in zin 5) of naar een meervoud (in zin 6) maak je dus een foutje. Vergelijkbaar is een constructie als de vrouw wiens.