Wat is juist: de luipaard of het luipaard?

 

Het is allebei juist. Luipaard is oorspronkelijk een de-woord, maar het luipaard mag ook. Van Dale heeft tot en met zijn dertiende druk expliciet aangegeven dat het luipaard eigenlijk niet goed was, maar sinds de veertiende druk (2005) staan de luipaard en het luipaard gelijkwaardig naast elkaar. Het woordenboek van Koenen deed dat al veel eerder: de Grote Koenen (1986) geeft de én het luipaard, zonder verdere opmerkingen of waarschuwingen. Het oudste krantencitaat met het luipaard dateert overigens al uit het einde van de achttiende eeuw (1782).

Luipaard is ontleend aan het Oudfrans (leopart). Het gaat terug op het Griekse leopardos, waarin leon (‘leeuw’) en pardos (‘panter’) te herkennen zijn. Vroeger dacht men namelijk dat een luipaard een kruising van een leeuw en een panter was. In het Nederlands werd leopart aangepast (volksetymologie). In het eerste deel dacht men lupen te herkennen. Dat is een inmiddels verouderd werkwoord, dat ‘loeren, iemand verraderlijk aanvallen’ betekende. Het tweede deel werd verbasterd tot paard. Omdat het het paard is, kwam ook het luipaard in gebruik. 

Vooral in het zuiden van ons taalgebied was vroeger ook een nevenvorm in gebruik: liebaard. In het Middelnederlands kon liebaard zowel ‘leeuw’ als ‘luipaard’ betekenen. Vanaf de negentiende eeuw komt liebaard voornamelijk als term in de heraldiek (wapenkunde) voor.