Wat is juist: ‘De bollenvelden zijn nu op z’n mooist’ of ‘De bollenvelden zijn nu op hun mooist’?

Zowel z’n als hun is in deze zin goed. De woordgroep op z’n/hun mooist bestaat uit op + bezittelijk voornaamwoord (z’n/hun) + een overtreffende trap (mooist). In een dergelijke combinatie hebt u de keuze. U kunt kiezen voor het bezittelijk voornaamwoord dat in getal/geslacht overeenkomt met het zelfstandig naamwoord (in dit geval het meervoudige hun, dat verwijst naar het meervoud de bollenvelden). U kunt echter ook z’n gebruiken; dan beschouwt u op z’n mooist als een vast geheel.

Dat laatste kan alléén als het zelfstandig naamwoord in de zin (bollenvelden) niet naar een persoon verwijst. Mogelijk zijn bijvoorbeeld ook:

  • De stereo-installatie staat nu op z’n hardst. (stereo-installatie is een vrouwelijk woord; ‘De stereo-installatie staat nu op haar hardst’ is ook juist)
  • De kleuren komen in dit ontwerp op z’n best uit. (kleuren is een meervoud; ‘De kleuren komen in dit ontwerp op hun best uit’ is ook juist)

Bij personen moeten we wél rekening houden met vrouwelijke woorden en meervouden. Bijvoorbeeld:

  • Geef Evi een podium en ze is op haar best. (Nu is ‘Geef Evi een podium en ze is op z’n best’ niet mogelijk)
  • De museumbezoekers praatten op hun zachtst. (Nu is ‘De museumbezoekers praatten op z’n zachtst’ niet mogelijk)

In ‘Geef Omar een podium en hij is op z’n best’ kan z’n wel. Omar is een man en dan is het bezittelijk voornaamwoord z’n sowieso juist.

Zie ook de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997), hier of hier.