Wat is juist: een contradictio in terminis of een contradictio in terminus?

Contradictio in terminis is juist. Deze Latijnse woordgroep betekent volgens Van Dale (2005) letterlijk: 'tegenstrijdigheid in de gebruikte woorden'. Terminis is hier dus een meervoud; het enkelvoud terminus is hier niet juist. Terminus is bovendien een eerste naamval, en na het Latijnse voorzetsel in volgt in dit geval een vijfde naamval.  

Contradictio in terminis wordt gebruikt om uit te drukken dat de gebruikte woorden in tegenspraak met elkaar zijn. De uitdrukking wordt gebruikt in zinnen als:

  • Een gulle Hollander is in Hollandermoppen een contradictio in terminis.
  • Iedereen heeft het over een snelle besluitvorming, maar dat is in Nederland een contradictio in terminis.
  • Op veel forums wordt de mening geventileerd dat een integer politicus een contradictio in terminis is.

Het meervoud van contradictio in terminis is contradictiones in terminis.

Naast contradictio in terminis bestaat ook de term contradictio in adjecto ('tegenstrijdigheid in het bijgevoegde, in het bijvoeglijk naamwoord'). Van Dale geeft het voorbeeld een levend geraamte ('een erg mager mens'). Iets met gezonde tegenzin doen lijkt ook wel wat op een contradictio in adjecto.

Ten slotte is er de contradictio explicita ('uitdrukkelijke tegenstrijdigheid'), maar deze term wordt weinig gebruikt. Het zou dan om een combinatie moeten gaan die volgens de spreker per definitie onmogelijk is, iets als 'lieflijk kattengejank'. In dichterlijke taal en met de nodige ironie is natuurlijk alles mogelijk.