Wat is juist: antedateren of antidateren?

 

Het is allebei juist; het Groene Boekje en de recente woordenboeken vermelden beide vormen. Antedateren/antidateren betekent dat iets gedateerd wordt op een al voorbije datum. In het dagelijks taalgebruik lijkt antidateren iets gebruikelijker te zijn.

De allereerste Van Dale (1864) vermeldt al beide vormen: “antedateren, ook antidateren (ik antedateerde, heb geantedateerd), op vroegere dagteekening stellen”. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) verwijst bij antedateren naar antidateren, en vermeldt daar: “Uit fr. antidater. De vorm met ante- is een geleerde, etymologische spelling die het Fr. niet kent; in het Eng. was aanvankelijk ook antidate de gewone vorm, thans schrijft men antedate.”

Een tijdlang heeft antedateren toch de voorkeur gehad: in de editie van 1950 kreeg antidateren in Van Dale nog het stempel 'minder juist'. Sinds 1961 verwijst Van Dale bij antedateren naar antidateren, waar de betekenis van het werkwoord vermeld wordt.

De laatste editie van Van Dale (2005) vermeldt dat antidateren van het Franse antidater komt, dat gevormd is van het Latijnse antidea, een oude vorm van antea ('vroeger') + datum.