Print deze pagina

Een aantal collega’s ging / gingen op cursus

Is het 'Een aantal collega's ging op cursus' of 'Een aantal collega's gingen op cursus'?

Beide zinnen zijn juist. Bij een aantal is zowel enkelvoud als meervoud mogelijk. In het dagelijks taalgebruik is een meervoudige persoonsvorm het gewoonst.

Het meervoud bij een aantal past bij de betekenis die het voor veel mensen in de praktijk heeft: 'enkele, meerdere'. Het geeft dus meer een onbepaald getal aan dan een zeker groepsverband. Vanwege collega's staat de zin in het meervoud: 'Een aantal collega's gingen op cursus.' Het enkelvoud is ook juist, al komt het formeler over: 'Een aantal collega's ging op cursus.' De nadruk ligt in dat geval meer op de groep als geheel. 'Een aantal collega's ging op cursus' wil dan vooral zeggen dat ze op hetzelfde moment dezelfde cursus gingen doen – gezamenlijk dus, als groep.

Andere zinnen met aantal
Net als bij een aantal kan bij een groot aantal, een flink aantal, enz. een meervoud worden gebruikt, maar het enkelvoud is hier gebruikelijker:

  • Een groot aantal schilderijen ging/gingen verloren.
  • Er was/waren een flink aantal mensen op het feest.

Bij het aantal past uitsluitend een enkelvoud:

  • Het aantal geweldsdelicten is licht toegenomen.
  • Het grote aantal muskusratten baart ons zorgen.

Formuleringen met een aantal zijn niet altijd duidelijk. 'Er zijn een aantal veranderingen doorgevoerd' laat in het midden of het om veel of weinig veranderingen gaat. Duidelijker is dan bijvoorbeeld enkele veranderingen of heel wat veranderingen, alleen veranderingen, of een precies aantal: 'Er zijn twee veranderingen doorgevoerd.'

Een paar, een heleboel
Een aantal is dus, samen met een paar vergelijkbare woorden, op weg een onbepaald telwoord te worden. Het gaat lijken op een paar ('enkele') en een (hele)boel, waar alleen een meervoud bij gebruikt kan worden:

  • Er kunnen een paar buien vallen.
  • Een heleboel loten zijn al verkocht.

Alleen in de betekenis 'set van twee' komt bij een paar nog een enkelvoud:

  • Staat er een paar schoenen van mij in de gang?

Vergelijkbare woorden
Wat voor een aantal geldt, geldt ook voor een handjevol, een massa, een stel(letje) en een tiental (en andere hoeveelheden) – dus meestal meervoud:

  • Er was/waren maar een handjevol toeschouwers.
  • Een massa kinderen dromde/dromden naar buiten.
  • In onze buurt hangt/hangen vaak een stel vervelende jongens rond.
  • Een dertigtal belangstellenden bleef/bleven over.

Een groep fietsers kwam
Naast een aantal collega's en een paar collega's kun je ook spreken van een groep collega's. Daarbij hoort altijd een enkelvoudige persoonsvorm: 'Een groep collega's stuurde me een heel mooie kaart.' Ook heel veel andere 'groepswoorden' krijgen altijd een enkelvoud. Tot deze categorie behoren: bende, berg, blik, bos, bups, colonne, drom, groep(je), hoeveelheid, horde, kluit, kluwen, kudde, lading, leger, legioen, menigte, meute, reeks, rij(tje), rits, roedel, schare, serie, slag, soort, stoet, troep, verzameling, zooi/zootje en zwik.

Voorbeelden:

  • Gisteren kwam er een groep fietsers naar ons museum.
  • Een aardige hoeveelheid mensen heeft het condoleanceregister al getekend.
  • Een leger kooplustigen blokkeerde de straat.
  • Er staat al een flinke rij belangstellenden!
  • De schare kinderen verdrong zich rond de taart.

Verwante adviezen

Externe links

Trefwoorden

terug
voorjaarsbanner

banner ITV

taalkalender