Wanneer gebruik je hoge en wanneer lage aanhalingstekens?

Er zijn geen officiële regels voor het gebruik en de vorm van aanhalingstekens, maar er zijn wel conventies die wijdverbreid zijn. Tegenwoordig worden vooral hoge aanhalingstekens gebruikt:

  • “Zeg, wat betekent ‘quod non’ eigenlijk?”, vroeg Nynke.

Aanhalingstekens die onderaan de regel beginnen („zo dus”), raken hoe langer hoe meer in onbruik, maar sommige kranten en tijdschriften, zoals NRC Handelsblad, hebben er aparte opmaakprogramma’s voor en gebruiken ze wel.

Het gebruik van hoge aanhalingstekens is de laatste decennia opgekomen onder invloed van de techniek. Doordat de meeste typmachines geen dubbel aanhalingsteken voor onderaan de regel hadden, werden de aanhalingstekens bovenaan gezet. De volgende ontwikkeling was dat tekstverwerkingsprogramma’s op computers vaak standaard zo waren ingesteld dat ze de beginaanhalingstekens omdraaiden (er ‘zesjes’ van maakten in plaats van ‘negentjes’). Daarmee nam het gebruik ervan in drukwerk toe, en ook op internet, in e-mails en in handgeschreven teksten.

Recht of gekruld?

Rechte aanhalingstekens zijn praktisch in teksten met weinig opmaak. In gedrukte tekst zijn de aanhalingstekens meestal gekruld: de openingsaanhalingstekens zien er dan uit als zesjes en de sluitingstekens als negentjes:

  • Het Kamerlid zei dat hij weinig ziet in het “proefballonnetje” van de minister.
  • Wat betekent ‘proefballonnetje’ eigenlijk?