Wat is het best: aanbevelenswaardig of aanbevelingswaardig?

Officieel is het allebei juist. In onze eigen Spellingwijzer Onze Taal (2015) hebben we alleen aanbevelenswaardig opgenomen. Dat is de oudste vorm; het eerste deel bestaat uit het hele werkwoord aanbevelen. Aanbevelenswaardig lijkt in de praktijk nog steeds het vaakst voor te komen, maar aanbevelingswaardig is ook tamelijk gewoon. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal noteert al in 1864 dat deze variant ook voorkomt. Er is dan ook op zichzelf geen bezwaar tegen aanbevelingswaardig: het is een goedgevormd woord, dat uit het zelfstandig naamwoord aanbeveling en het bijvoeglijk naamwoord waardig bestaat.

Onze voorkeur voor aanbevelenswaardig komt voort uit vergelijkbare vormen als afkeurenswaardigbegerenswaardigbeklagenswaardig, benijdenswaardig, betreurenswaardig, bewonderenswaardiglezenswaardig, lovenswaardig, meldenswaardig, noemenswaardig, prijzenswaardig en wetenswaardig. Naast afkeurenswaardig en bewonderenswaardig zijn officieel overigens ook afkeuringswaardig en bewonderingswaardig juist. 

Van woorden op -waardig bestaan er ook varianten op -waard; dat geldt voor alle genoemde voorbeelden hierboven. De vorm op -waard is meestal minder gebruikelijk.