Wat is het best: aanbevelenswaardig of aanbevelingswaardig?

Het is allebei juist. Alle recente naslagwerken vermelden beide vormen.

Aanbevelenswaardig (‘zó goed dat je het anderen kunt aanraden’) is het oudst. Het eerste deel van dit woord bestaat uit het hele werkwoord aanbevelen waaraan het bijvoeglijk naamwoord waardig is vastgeplakt. Aanbevelingswaardig is echter ook al lange tijd in gebruik. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal noteert in 1864 dat deze variant ook voorkomt. Dit woord bestaat uit het zelfstandig naamwoord aanbeveling en waardig.

Er lijkt nog steeds een lichte voorkeur te bestaan voor aanbevelenswaardig. Dat komt mogelijk door vergelijkbare vormen als afkeurenswaardig, begerenswaardig, beklagenswaardig, benijdenswaardig, betreurenswaardig, bewonderenswaardig, lezenswaardig, lovenswaardig, meldenswaardig, noemenswaardig, prijzenswaardig en wetenswaardig. Naast afkeurenswaardig en bewonderenswaardig zijn overigens ook afkeuringswaardig en bewonderingswaardig juist.

Van woorden op -waardig bestaan er eveneens varianten op -waard. Dat geldt voor alle genoemde voorbeelden hierboven. De vorm op -waard is meestal minder gebruikelijk.