Page 29 - OnzeTaal_sept2019_HR
P. 29
DE
RAARWOORD GUUS MIDDAG
CRAEMER
Over opmerkelijke woorden, oud en nieuw.
Gieteling Taalnerd
J
nze buurman van vroeger had een volière. Soms e bent nooit te oud om te leren, ook niet als het
ging hij op vogeljacht. Op het kleine grasveldje over jezelf gaat. Als fervent wielerliefhebber keek
O achter zijn huis stelde hij dan een houten raam ik tijdens de Ronde van Frankrijk elke avond naar
met gaas op. Het raam leunde op een stokje. Aan het Vive le vélo op de Vlaamse openbare omroep, een pro-
stokje had hij een touw vastgemaakt. En onder het gaas gramma waarin de Tourrit van de dag werd besproken.
lagen een paar verse kronkelende regenwormen – de Er was dit jaar een interview met de Zuid-Afrikaanse
ideale vogelsnack. renner Daryl Impey, die Nederlands sprak, maar in
Op een dag meldde zich een merel op het gras. Hij keek één zin toch een Afrikaans woord gebruikte. Hij herin-
eerst wantrouwig om zich heen, maar al gauw hipte hij op nerde zich een rit in Vlaanderen waar de weg bezaaid
de wormen af. Precies op dat moment gaf de buurman een was met “koeipoef”.
ruk aan het touw. Het stokje viel om, het raam klapte neer De journalist lachte smakelijk om dat woord; Daryl
en onze merel zat gevangen onder het gaas. “Wat een ook, en ik was in mijn luie zetel vooral gefascineerd.
mooi’n geetling!”, riep de buurman tevreden. Koeipoef. Wat een heerlijk woord om (sorry) koeien-
Ik had dat woord nog nooit gehoord. Wij, de buren, stront te omschrijven. Poef maakt het woord meteen
eveneens Twentssprekend, zeiden altijd ‘merel’ als we heel beeldend en bootst weergaloos treffend het ge-
een merel zagen. Vreemd. Nog vreemder: ik begreep met- luid na van uitwerpselen die op de grond vallen. Met-
een dat met dat rare woord geetling de gevangen merel be- een wilde ik naar Zuid-Afrika, zeker toen ik me de dag
doeld moest zijn. Hier zien wij het taalverwervingssysteem nadien wat verdiepte in de Afrikaanse woordenschat.
in zijn zuiverste vorm. Een kind hoort een volwassene iets Rillingen van genot bij verkleurmannetjie (‘kameleon’),
zeggen, en zijn nog lenige hersentjes passen de gegevens duikweg (‘viaduct’) en hysbak (‘lift’). Hoe plastisch kan
meteen aan: dit is kennelijk een andere naam voor die een taal zijn? Ik had nog geen twintig woorden gelezen
zwarte vogel die ik ken als ‘merel’. en wist het: ik wil naar Zuid-Afrika.
Later kwam ik erachter dat geetling (of gietling of giete- Toen ik daar verder over wegdroomde, leerde ik dat
ling) niet alleen door de buurman werd gebruikt, maar ook ik vaak op reis ben geweest naar een land waarvan in
door anderen – wel altijd in het noordoosten. Het is een eerste instantie de taal me aanspreekt, en dat ik min-
“niet algemeen” woord voor merel, zegt Van Dale. Wat der graag toerist ben in een land waarvan de taal me
zou de herkomst ervan zijn? De etymologen vermoeden weinig zegt. Ik ga het vaakst naar Italië, omdat de taal
dat giet een variant is van geit. Een gietling is een ‘geit- er zó poëtisch klinkt dat je je altijd in een gedicht van
ling’, een ‘geitvogel’. Ook vreemd. En de verklaring is Petrarca waant. Ik ga niet graag naar Spanje, omdat ik
nog vreemder. het op de heupen krijg van dat nasale en opgejaagde
Al sinds Aristoteles was het verhaal bekend van de taaltje. In juni ging ik naar Kopenhagen, wat ik niet
caprimulgus, de geitenmelker: een vogel die ’s nachts, gedaan zou hebben als ik niet zo gecharmeerd was
als niemand het zag, de melk van geiten dronk. Die geiten geweest door het Deens dat je in vele fantastische
gaven dan de volgende morgen geen melk meer, en wer- Deense series hoort. Dermate gefascineerd ben ik dat
den ook nog eens blind. Hoe zou die vogel eruitzien? In de ik vaak vergeet de ondertitels te lezen. Ik ging naar
Middeleeuwen nam men aan dat het een verwant van de Iran nadat het Farsi mij zó betoverd had dat ik het
merel zou kunnen zijn. Zo kwam de gewone merel aan eerst zelf ging leren.
zijn tweede naam van geitvogel, geiteling, gieteling. Maar Ben ik zo’n taalnerd dat mijn vakantiekeuze voor
later werd de geitenmelker alsnog geïdentificeerd als de een deel afhangt van mijn interesse in een taal? Ik
nachtzwaluw, een vogel die ’s nachts op insecten jaagt en vrees het. Tijd om die oogkleppengewoonte op te
dan soms ook in de buurt van rustend vee komt. In het geven. Ik doe mezelf en u een belofte: ik ben nog maar
donker, in een tijd zonder nachtkijkers, kon het dan lijken één keer naar Duitsland geweest, omdat ik – natuur-
alsof de vogel de geit molk. lijk ten onrechte – denk dat hun land net zo monotoon
Een gieteling is dus een merel. Maar een merel is geen is als hun strakke taal kan klinken. Tijd om mijn voor-
geitenmelker. En een nachtzwaluw schijnt trouwens ook oordelen te doorbreken. Volgend jaar bericht ik u van-
helemaal geen zwaluw te zijn. Hij is verwant aan een uit een boom in het Zwarte Woud. Ganz toll!
andere nachtvogel: de uil.
ONZE TAAL 2019 — 9
ANN DE CRAEMER
Merel, in Zien is kennen!
(1937), dat ook de “volks-
naam” gieteling vermeldt. 29

