Page 32 - OnzeTaal_sept2019_HR
P. 32
DICHTPLAATSEN INGMAR HEYTZE
Dichter Ingmar Heytze over stijlfiguren, of ‘dichtplaatsen’, zoals hij ze ook wel noemt.
De antwoordende wijs
ichters leven in een eigen wereld, die mede wordt wie in ’t arbeidsproces is betrokken
bevolkt door andere dichters en hun gedichten. die werkt zich gemeenlijk de pokken
D Soms reageren ze aantoonbaar op elkaars werk, waarna hij dan ’s avonds het nieuws krijgt en
door een gedicht te schrijven dat zonder een ander gedicht Brandpunt toe
niet had kunnen bestaan, als een ongevraagd antwoord. Daarom zijn de mensen zo moe.
De antwoordende wijs is een dichtplaats waar je een
beetje mee moet oppassen. Hij is nogal intern van aard. Het anwoordgedicht kan nogal persoonlijk worden.
Lang niet elke dichter zit op antwoord te wachten. Aan de Cornelis Bastiaan Vaandrager noteert in een gedicht
argeloze lezer gaat zo’n gedicht ook al snel voorbij wan- over Anna Blaman hoe het was als hij bij haar op
neer hij het brongedicht niet kent. Er zit wel een bepaalde bezoek ging. Hij vertelt daarin onder meer dat het er
kracht in: de dichter maakt van zichzelf geen abstract “stierf van de katten” en dat ze eigenlijk Johanna F.
eiland, hij verwijst naar een wereld waarin een gedicht Vrugt heet. Verderop schrijft hij: “Ik vond haar ont-
van een ander net zo goed een inspiratiebron kan zijn als zettend lelijk en ontzettend aardig. / Maar laten we
de maan, het slagveld of een gebroken hart. eerlijk zijn: / schrijven kon ze niet.” Alfred Kossmann
Willem Kloos’ klassieker ‘Van de Zee’ begint zo: “De reageert als volgt: “Toen ik dat las, Cornelis Bastiaan,
Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining, / De Zee, / dacht ik: zo heette ze niet, / ze heette Johanna Petro-
waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet”. Alain Teister nella / en het stierf er niet van de katten, / er waren
reageert in het korte gedicht ‘Kloos’: “De zee klotst abso- twee Siamezen.” Het antwoordgedicht corrigeert zijn
luut niet voort, / drijft lui en loom het strand op, / maar een bron niet alleen, maar breidt onze kennis over Blaman
feit is dat mijn ziel / zich daar wel in weerspiegeld ziet.” sterk uit. Kossmann sluit ontroerend en nuchter tege-
Soms neemt de reactie de vorm aan van een parodie – je lijk af:
zou kunnen zeggen dat alle parodieën onder deze dicht-
plaats vallen. Michel van der Plas reageerde op het liedje Het is erg vervelend dat ze dood is,
‘Ik zou wel eens willen weten’ van Jules de Corte met ‘Zeg ik had graag eens met haar willen praten
Jules’, dat als volgt eindigt: over wat ik de laatste tijd heb beleefd.
Ze was inderdaad ontzettend aardig.
En Jules, wou jij laatst niet eens weten Er leeft een zuster van haar die heeft net haar stem
waarom zijn de mensen zo moe maar ze is veel minder aardig.
MATTHIAS GIESEN
ONZE TAAL 2019 — 9
32

