Page 29 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 29

Wilt u direct antwoord op een taalvraag? Bel dan 085 - 00 28 428.    HOE LEG JE DAT UIT?
       Ook via Twitter (@onzetaal) en WhatsApp (06 - 39 86 19 91) krijgt u
       snel antwoord. Zie voor andere mogelijkheden www.onzetaal.nl/taalloket.
                                                               Als je Nederlandse les geeft aan anderstaligen (NT2’ers), kom je
                                                               soms kwesties tegen waarvan je je afvraagt: hoe leg ik dat uit?

       VERSCHUIVENDE NORMEN                                    DAAR BEN IK GEK OP / OP GEK

       Wat is goed taalgebruik en wat niet? Die grenzen zijn voortdurend    -  ‘Verhalen uit de negentiende eeuw? Daar ben ik
       in beweging.                                               gek op / Daar ben ik op gek.’
                                                               -  ‘Verhalen uit de negentiende eeuw? Daar ben ik
                                                                  verslaafd aan / Daar ben ik aan verslaafd.’
       HET HUIS DAT/WAT DAAR STAAT
       Tot ver in de negentiende eeuw was het niet raar om te schrij-  Al deze zinnen zijn juist, behálve ‘Daar ben ik op gek.’
       ven: ‘Dit is het huis daar ik woon.’ Maar toen was er al een tijdje   Hoe komt dat?
       een omslag bezig; steeds meer mensen kozen voor waar: ‘Dit is      Veel bijvoeglijke naamwoorden worden met een vast
       het huis waar ik woon.’ Tegenwoordig is waar de norm (of waar-  voorzetsel gecombineerd: gek zijn op, bang zijn voor, en-
       in, maar dat is een ander verhaal) en geldt daar in schrijftaal   thousiast zijn over, enz. In zinnetjes van het type ‘Daar
       zelfs als fout. Regionaal komt daar overigens nog steeds wel   ben ik …’ komt normaal gesproken eerst het bijvoeglijk
       voor.                                                   naamwoord en dan het voorzetsel: ‘Daar ben ik gek op’,
          Bij ‘Het huis wat/dat daar staat’ ligt het anders. In schrijftaal   ‘Daar ben ik bang voor’, ‘Daar ben ik enthousiast over.’
       is ‘Het huis dat daar staat’ de norm, en die vorm is ook duidelijk      Maar als het bijvoeglijk naamwoord van oorsprong
       het oudst. Toch is ook hierbij al enkele eeuwen sprake van varia-  een voltooid deelwoord is, kan ook de omgekeerde
       tie tussen de vorm met een d en die met een w. Dit komt voort   volgorde voorkomen: ‘Daar ben ik aan verslaafd’ (naast
       uit het feit dat wat al langer als betrekkelijk voornaamwoord   ‘verslaafd aan’), ‘Daar ben ik mee vertrouwd’ (naast
       voorkomt, bijvoorbeeld in ‘Alles wat ik bezit, is voor jou’ en ‘Het   ‘vertrouwd mee’). Dat komt doordat bij een constructie
       regende, wat ik niet fijn vond.’ Daarin slaat het respectievelijk   met een echt voltooid deelwoord ook die volgorde
       terug op een onbepaald voornaamwoord en een hele zin; bij het   wordt gebruikt: ‘Daar ben ik door geraakt’, ‘Daar ben ik
       huis dat/wat gaat het om een zelfstandig naamwoord.     mee geholpen’ (niet: ‘Daar ben ik geraakt door’, ‘Daar
          In informele (spreek)taal zijn zinnen als ‘Het huis wat daar   ben ik geholpen mee’).
       staat’ heel gewoon; in schrijftaal is ‘Het huis dat daar staat’ nog   Welke kwesties komt u vaak tegen in uw NT2-lessen?
       altijd de norm. Maar zoals aan de ontwikkeling van daar/waar    En hoe legt u ze uit? We horen het graag via
       te zien is, zou dit op termijn nog weleens kunnen veranderen.  taaladvies@onzetaal.nl.






       WAT ZEGGEN ZE WAAR?

       Over regionale verschillen in Nederland en Vlaanderen.

       AARDBEI                                                                                       23
                                                                                      24
       Er zijn vele tientallen regionale (uitspraak)varianten van het woord                                     Illustratie: Karin Nas-Verheijen
       aardbei. Het kaartje hiernaast is gebaseerd op dialectonderzoek uit
       de vorige eeuw. Per gebied zijn de varianten weergegeven die daar    1
       – naast aardbei – het meest voorkomen; in vrijwel elke regio zijn
       ook andere vormen in gebruik.

                                                                                              21
          1. eerd(e)bei/erebei  19. erebees
          2. arebei             20. eerdbees/eerdbes                                                  22
          3. aar(e)bei/oar(e)bei  21. eer(e)beze/ee(r)dbeze         2
          4. erebees/errebees   22. er(d)beer                                3         20
          5. errebezem/eerbezem  23. eer(d)bei/eerdjebei
          6. frenze/frinze      24. ier(d)bei/jierdbei/jitbei         4         19
          7. freze
          8. erebeze/ierebeze                             5
          9. jedbees/je(r)bees                                        10
          10. erbezie/errebezie                      6
          11. eer(d)bezem                                                       11                                ONZE TAAL 2020  —  6
          12. er(d)bier
          13. jar(re)bees                                         9                    18
          14. ja(r)dbeer                   7                                   12
          15. ebber                                    8
          16. eer(d)bees                                               13       15
          17. elber/erbel                                                   14       17
          18. eer(d)beer/eerdsbeer                                                 16                           29
   24   25   26   27   28   29   30   31   32   33   34