Page 33 - OnzeTaal_juni2020_HR
P. 33

DE THUISONTLEDER                                      WITTEMAN


       De oude schoolgrammatica afgestoft voor thuisgebruik.




       Inhoud en functie




            ommige cursisten vragen mij of ze de cursus ook op
            hun telefoon kunnen doen. Mijn aanbeveling is ech-
       S ter om de telefoon binnen te laten liggen en met de   Graag gedaan
       papieren cursus in de tuin of op het balkon te gaan zitten.
       Het huiswerk met de losse papiertjes kan dan wel het best
       uit de wind gebeuren.
          Bij dat huiswerk moest u van de woorden adem, zes, oei,   J e weet dat je een oud wijf bent als het taalgebruik
       in, tegenaan, blij, als, of, mij, zien, radar, blauw, regenen, toch,   van steeds meer mensen je begint te verbazen.
       leunen, misschien, ’t, terwijl, water, welk, tien, uit, dus en zul-  Niet alleen dat van notoir onverstaanbare tie-
       len combinaties maken als wateradem, radarblauw en blij-   ners, maar ook dat van volwassen mensen met een
       leunen. Dat ging goed bij adem, blij, zien, radar, blauw, rege-  solide positie in de maatschappij.
       nen, leunen en water, maar stroef bij de andere, die alleen      Mijn tandarts bijvoorbeeld is een jaar of dertig. Hij
       heel af en toe, met veel moeite, met andere gecombineerd   had iets gerepareerd aan een van mijn kiezen. Leuk
       kunnen worden (oeiwater? dusmisschien? tegenaanzullen?).   is zoiets nooit, maar écht pijn had het niet gedaan,
       De gemakkelijke groep bestaat uit de zogeheten ‘inhouds-  en toen hij klaar was, stond ik op en zei, gewoonte-
       woorden’, de moeilijke uit ‘functiewoorden’. Functiewoor-  getrouw: “Bedankt!” Hij antwoordde, zoals veel van
       den zijn onveranderlijk, inhoudswoorden hebben uitge-   zijn generatiegenoten: “Geen probleem!”
       breide mogelijkheden tot woordvorming: je kunt er bijvoor-     Ben ik nou gek, of is dat een raar antwoord? Zowat
       beeld gemakkelijk voorvoegsels als on- bij zetten, denk aan   iedereen doet het, de laatste tijd. Wat is er geworden
       onblij, of achtervoegsels als -achtig, -erig en -tje: radarachtig,   van dat goeie oude ‘Graag gedaan’? De bakker, bij wie
       blijerig, watertje.                                     ik een zak krentenbollen koop: “Geen probleem.”
          Wie honderd willekeurige woorden uit een woordenboek   De loodgieter, die een nieuwe badkamerkraan komt
       kiest, vindt daar waarschijnlijk meer dan negentig in-  installeren: “Geen probleem.” De boekhandelaar,
       houdswoorden bij. Bij honderd willekeurig gekozen woor-  nota bene, die mij zojuist voor een royale som gelds
       den uit een tekst zullen het juist overwegend functiewoor-  lectuur had verkocht, wist me zelfs te verzekeren dat
       den zijn. Dat komt doordat inhoudswoorden ‘open klassen’   zoiets “geen énkel probleem” voor hem was.
       vormen: er komen gemakkelijk nieuwe bij. Functiewoorden      Nou, logisch. Stel je voor dat het wél een pro-
       zijn ‘gesloten klassen’: eindige rijtjes die van buiten ge-  bleem was! Mensen worden over het algemeen niet
       leerd kunnen worden. Functiewoorden zijn echter ook de   onder dwang tandarts, bakker, loodgieter of boek-
       woorden die de betekenisverbanden tussen de inhouds-    verkoper. Ze zouden hun werk in principe zonder
       woorden kunnen leggen, en de verbanden met de context.   walging moeten doen. Daarom was dat ‘Graag ge-
       Een voegwoord (of ) kan een verband tussen twee woorden   daan’ van weleer ook zo prettig geruststellend: de
       leggen (X of Y), en een woord als misschien legt in feite een   loodgieter heeft van ganser harte een nieuwe kraan
       verband met de twijfel van de spreker.                  boven mijn wastafel geschroefd. Fijn!
          In de negentiende eeuw, toen de zinsontleding bedacht      Dat nieuwe ‘Geen probleem’ impliceert, heel pas-
       werd, had men het idee dat de verschillen tussen talen   sief-agressief, dat er net zo goed wél een probleem
       voornamelijk verschillen in woordvorming waren. Daarom   had kunnen zijn. Dat is een beetje griezelig. Wat voor
       noemde men de woordsoortontleding de ‘taalkundige ont-  probleem zou dat eventueel geweest kunnen zijn?
      leding’. De betekenisverbanden tussen de zinsdelen achtte   Had de tandarts, uitgeput van een hele dag boren, uit
       men meer een zaak van de logica of het verstand (de     balorigheid overwogen me te wurgen met een rubber
       ‘rede’). Daarom heet de zinsdeelontleding de ‘redekundige   handschoen? Had de bakker die ochtend bíȷ´na, uit
       ontleding’.                                             louter misantropie, een flinke scheut arsenicum door
                                                               het deeg gekneed?
                                                                  En zelfs mijn eigen zoon staat inmiddels aan de
       PETER-ARNO COPPEN                                       foute kant. Ik bedankte hem voor het uitruimen van
                                                               de afwasmachine, en ja hoor, daar kwam het: “Geen
                                                               probleem!” Op hoge toon stak ik mijn litanie tegen
                                                               hem af en eindigde met: “Zeg toch gewoon ‘graag
          Huiswerk                                             gedaan’, jongen!”
          Het huiswerk voor de volgende keer gaat              gedaan”, zei hij. “Ik vind het een vervelend klusje.   ONZE TAAL 2020  —  6
                                                                 Hij dacht even na. “Maar ik héb het niet graag

          over de woorden ik, jij, mijn, jouw, deze,
           die, wie, welke, iedereen en niemand. De
                                                               Maar ik heb het tóch gedaan. En dat was geen pro-
                                                               bleem. Dus wat zeur je nou eigenlijk?”
           opdracht is: maak met elk woord een kort

                                                                 Ja, wat zeurde ik nou eigenlijk? Hij had gelijk. En
           zinnetje. Steek vervolgens uw wijsvinger
                                                               die tandarts, loodgieter, bakker en boekverkoper
            in de lucht en spreek de zinnetjes een
                                                               ook.
            voor een uit, terwijl u met uw wijsvinger
                                                                 Ik ben gewoon een oud wijf geworden.

            een ondersteunend gebaar probeert te
                                                                 Graag gedaan.

            maken. Wat merkt u voor verschil?
                                                               SYLVIA WITTEMAN                                  33
   28   29   30   31   32   33   34   35   36