Page 27 - OnzeTaal_april2020_HR
P. 27
DE THUISONTLEDER TEKSTSNIJDERS
De oude schoolgrammatica afgestoft voor thuisgebruik.
Zo komen we ergens
enkt u er na het bestuderen van de les weer
even aan om uw telefoon weer aan te zetten? Van A naar B
D Fijn, bedankt! Enkele cursisten lijken er onrus-
tig van te worden dat in een opfriscursus over de oude
schooltermen de persoonsvorm nog niet is langsgeko-
men, maar ik kan u geruststellen dat dit precies de oe is men ooit begonnen met het spreken van
bedoeling is. Bedenk dat we in feite de hele basis achter Nederlands?, vragen mensen mij inmiddels
de opbouw van de zin al gehad hebben: het betekenis- H vrijwel dagelijks. Dat krijg je als je columnist
verband tussen onderwerp en gezegde, en hoe het werk- bent van Onze Taal. Ik word tegenwoordig ’s nachts
woord aangevuld kan worden met voorwerpen, zoals wakker gebeld met vragen als: Waar komt de taal van-
het lijdend voorwerp. Vorige keer zagen we nog dat het daan? Hoe ontstonden onze woorden? Wie spreekt er
werkwoordelijk gezegde zegt wat het onderwerp dóét, allemaal Nederlands en is er een namenlijst?
en het naamwoordelijk gezegde wat het onderwerp ís. Het zijn begrijpelijke vragen en ik geef op deze plek
Op dat laatste gaan we vandaag nog even door. graag mijn al dan niet begrijpelijke antwoorden.
In alle drie de huiswerkzinnen voor deze maand (‘Ik Voordat de mensen konden beginnen met Neder-
boos?’, ‘Jij hier?’ en ‘Hij geschikt?’) zou je zeggen dat je lands spreken, moesten ze natuurlijk eerst weten wel-
zijn kunt invoegen: ‘Ik ben boos’, ‘Jij bent hier’, en ‘Hij ke woorden ze konden gebruiken, zodat ze zeker wis-
is geschikt’. In feite komen deze vragen uit de volwassen ten dat ze inderdaad Nederlands spraken en niet bij-
spreektaal geheel overeen met de kinderzinnen als voorbeeld Frans of Duits. Het wachten was dus op het
‘Mama lief’ en ‘Papa slapen’ waarmee deze cursus be- allereerste woordenboek Nederlands. Dat verscheen
gon. Toch is er een verschil. pas in 1477. Tot die tijd zweeg men, niet in alle talen,
In twee van de zinnen gaat het duidelijk om wát ie- maar wel in het Nederlands. Dat was uiteraard geen
mand is, en in de andere om wáár iemand is. ‘Boos’ is enkel probleem voor ons volk van kooplieden; zwijgen
wat ik ben, ‘geschikt’ is wat hij is, maar ‘hier’ is niet was immers goud.
wát, maar wáár jij bent. Maakt dat iets uit? Jawel: ergens Dat woordenboek zag, steeds met maandelijkse
zijn heeft dezelfde betekenis als je ergens bevinden. En je tussenpozen, in 23 delen het licht. Eerst verscheen de
ergens bevinden, dat doe je. Er is dus veel voor te zeggen A, daarna de B, toen de C, toen de D, toen de E van en-
om ergens zijn als een ‘doen’-betekenis te beschouwen. zovoort. Toen de F, toen de G enzovoort t/m P, toen de
En dus als een werkwoordelijk gezegde. R, toen de S, toen de T, toen de U, toen de V, toen de W
Op school hebt u geleerd dat zijn geen koppelwerk- en ten slotte de Z. De Q, de X en de Y verschenen bij de
woord is als het ‘zich bevinden’ betekent. U hebt dat Z als inlegvel.
vast klakkeloos aangenomen als een onbegrijpelijke Ieder deel werd vervolgens uit het hoofd geleerd.
uitzondering. Maar in werkelijkheid zit dít erachter: het De eerste periode spraken de Nederlanders dus alleen
verschil tussen het naamwoordelijk en het werkwoorde- woorden die begonnen met een a: ‘Als alle afspraken
lijk gezegde is niet simpelweg het verschil tussen zijn en aandacht afdwingen, annoteren alle agenda’s alles
doen, maar tussen iets zijn en iets doen. accuraat’, enzovoort. Een heel vermoeiende tijd, die
eerste maand april.
Dat allereerste deel beloofde ook weinig goeds voor
PETER-ARNO COPPEN het Nederlands. De a is nou eenmaal geen gezellige
letter. Aanfluiting, aanmatigend, aansteller, afschuwelijk,
afgrijselijk: allemaal woorden met een a. Akelige aan-
vang: alles leek anti. Eerste letter van het alfabet, denk
je: nou oké Nederlandse taal, kom maar op met je
woorden, verras me, maar voor je het weet krijg je een
Huiswerk soort allergische reacties: aambeien, acne, astma, artro-
We hebben weer drie zinnetjes: ‘Papa se. Je wordt er niet vrolijk van. Achterbaks, afval, afsto-
gaat nog even afwassen’, ‘Papa doet nog
telijk, achterlijke amateur. Nounounou, moet dat nou?
even afwassen’ en ‘Papa wast nog even
Daarna verscheen het boek B, met dus ook het
af.’ Welk van deze drie past niet bij de
andere twee, met andere woorden: woord boek. Belangrijk en Belastingdienst deden hun ONZE TAAL 2020 — 4
intrede. Behoudzucht, bangmakerij, en bronchitis was de
welke eigenschap wordt gedeeld door
nieuwe ziekte, of zoals dat toen nog heette: aandoe-
de andere twee? En welke eigenschap
ning. Men werd naast agressief en aanvallend nu ook
boos en bronstig. En: blij! Want bovenal bracht de B de
wordt door alle drie de zinnen gedeeld?
belofte van beterschap.
(Wordt vervolgd.)
RONALD SNIJDERS 27

