Page 32 - OnzeTaal_april2020_HR
P. 32

DICHTPLAATSEN  INGMAR HEYTZE

            Dichter Ingmar Heytze over stijlfiguren, of ‘dichtplaatsen’, zoals hij ze ook wel noemt.



            De bepalende wijs






                     ie veel dichtbundels op de harde schijf heeft   schrijft hij: “dat was drie en ten vierde / wil ik bij deze
                     staan – ik heb er een stuk of zeshonderd – kan   Piet en Martin / Wout en tante Riet de groeten doen”.
            W in een paar muisklikken tendensen ontdekken       Het gedicht ‘Drie vaders’ van Frank Koenegracht
            die je snel ontgaan bij gewoon lezen of bladeren. Het   krijgt door de ijzeren uitwerking van de drie vaders, met
            woord eerste komt het vaakst voor van alle rangtelwoor-  aankondiging in de eerste regel en voor alle zekerheid
            den. Tweede, derde, vierde, enzovoort zijn, logischerwijs,   ook nog eens in de slotregel, het karakter van een ietwat
            een aflopende zaak. Maar het onbepaalde rangtelwoord   onhandig uitgevoerde spreekbeurt of diapresentatie, wat
            laatste komt weer beduidend vaker voor dan eerste.  versterkend werkt op de inhoud, die allesbehalve zake-
               Een valide steekproef heb ik er niet op uitgevoerd,   lijk of gestructureerd is.
            maar ik weet bijna zeker dat zulke onbepaalde rangtel-
            woorden in de meerderheid zijn. De meeste gedichten   Ik heb drie vaders.
            hebben geen baat bij exactheid. Het zijn geen presentie-  De eerste zei nu heb ik je
            lijsten, recepten of stappenplannen – behalve gedichten   laten studeren maar daardoor kunnen we
            die puntsgewijs geordend zijn, en het daarvan ook moe-  niet goed meer praten. Ik vergat hem.
            ten hebben. Over het algemeen werken de bepaalde   De tweede zei kom maar, kijk
            hoofd- en rangtelwoorden (een, twee; eerste, tweede en   daar staan twaalf kromme perenbomen
            dergelijke) dan heel mooi als een vergeefse poging om   onder de maan, het is feest,
            structuur aan te brengen. De bepaald-tellende wijs   daar zijn de meisjes. Hij vergat mij.
            maakt het gedicht alleen oppervlakkig bezien eenvoudi-  De derde zei hoe gaat het met u,
            ger – in werkelijkheid wijst de dichter er juist subtiel op   schrijft u nog gedichten? Geeft niet.
            dat de echt belangrijke dingen in zijn gedicht onzegbaar   Dichters moeten soms lang zwijgen. U bent
            zijn. K. Michel opent het gedicht ‘Daaag’ als volgt: “zo-  dokter nietwaar, zou u eens naar mijn
            lang ik er niet geweest ben / voel ik me niet geroepen /   zieke karper willen kijken? Hij heeft
            over het hiernamaals / iets substantieels te beweren /   een soort schimmel.
            dat is een twee is dat / alles in de ruimte een achterzijde   Dit zijn mijn drie vaders.
            / heeft in de tijd alles een erna”. Halverwege het gedicht



            MATTHIAS GIESEN























      ONZE TAAL 2020  —  4












    32
   27   28   29   30   31   32   33   34   35   36