Page 25 - OnzeTaal_april2020_HR
P. 25

de meteen voor een beetje vervreemding op haar nieuwe   en ik kan en mag met mijn talen alle richtingen uit. En
            werkplek: “Iemand vroeg vanochtend hoe we mijn eer-  al die richtingen zorgen voor taalvariatie. Jonge mensen
            ste werkuren moesten verrekenen. Uit mijn eerdere   stappen heel makkelijk over van het ene taalregister
            baan ben ik toch meer gewend dat ik me van tevoren al   naar het andere, wat de ene keer wat geslaagder uitpakt
            onbetaald inwerk – en ik geniet van de luxe dat mijn   dan de andere keer.”
            voorganger, Hans Bennis, ook nog halftijds aanwezig
            is.”                                             MIDDELEEUWSE TOESTANDEN
                                                             Moet je met zoveel variatie en hang naar vrijheid de taal
            GESCHROKKEN                                      nog wel willen sturen als overheid? “Ja, we willen ook
            Naar die eerste reis naar Indonesië kijkt Van de Poel uit.   niet vervallen in middeleeuwse toestanden, waarin ieder
            “Ik ben daar in het verleden ook al geweest in opdracht   zijn eigen taaltje schrijft, en communicatie over leef-
            van de Taalunie, onder meer om te kijken hoe de taal-  tijds- of landsgrenzen heen lastig wordt. Het lijkt me
            cursussen en opleidingen Nederlands er waren opgezet.   wenselijk dat we in de Lage Landen efficiënt met elkaar
            Ik ben benieuwd hoe een en ander er nu voor staat. Er is   communiceren, en dat we de mogelijkheid hebben om
            de laatste vijf jaar veel gebeurd op het gebied van het    onze taal op elkaar af te stemmen.”
            talenonderwijs in Indonesië.” Vijf jaar geleden voerde       De spanning tussen individualisme en taalbeleid zit al
            de Taalunie een grote bezuinigingsoperatie uit, waardoor   in Van de Poels eigen familiegeschiedenis. “Mijn groot-
            onder andere een deel van het onderwijs Nederlands   moeders zijn nog in het Frans naar school geweest. Mijn
            werd geprivatiseerd.
               In Antwerpen was Van de Poel ook lange tijd directeur
            van het academisch talencentrum, en ze weet dus hoe
            je taalonderwijs inricht. In de praktijk heeft ze in haar   “Door scholieren te laten zien
            werkzame leven al te maken gehad met veel van de be-
            leidsterreinen van de Taalunie. “Ik ben er tijdens de    dat het Nederlands een inter-
            sollicitatieprocedure voor dit ambt van geschrokken hoe
            diep ik er al in zat”, zegt ze. “Ik heb bijvoorbeeld ooit de   nationale taal is, kun je de
            zomercursussen geëvalueerd die de Taalunie ieder jaar
            organiseert voor buitenlandse studenten Nederlands en   belangstelling voor de studie
            docenten. Verder was ik lid van de spellingcommissie,
            die een nieuwe editie van het Groene Boekje voorbereid-  wellicht doen groeien.”
            de, leidde ik studenten tolken en vertalen op, hielp
            ik mee met het ontwikkelen van pedagogische gram-
            matica’s van het Nederlands en leidde ik een Europees
            project over buitenlandse accenten.”             ouders hebben moeten vechten voor volwaardige erken-
               Al die ervaring neemt Van de Poel mee naar Den Haag   ning van het Nederlands. Mijn moeder leerde kleuters
            – net als haar Vlaamse achtergrond. De Taalunie is van   bijvoorbeeld gedichtjes en liedjes, en hamerde daarbij op
            Nederland en Vlaanderen (en staat ook in nauw contact   een duidelijke uitspraak. Maar mijn kinderen hebben
            met de Surinaamse overheid), maar het hoofdkantoor is   vrienden die opmerken: ‘Wat vreemd dat je mama altijd
            gevestigd in de Paleisstraat in Den Haag, en veel ambte-  Nederlands spreekt.’”
            naren zijn Nederlands. “Vlamingen zijn over het alge-     Met dat alles in haar achterhoofd wil Van de Poel in
            meen niet zo mobiel.”                            haar periode bij de Taalunie al die taalgebruikers zich
                                                             comfortabel laten voelen in hun taal. “Het Nederlands
            SCHOOLMEESTERIG                                  moet een aangename jas zijn waarin je je prettig voelt,
            Wat fascineert haar aan taal? “Mensen zijn communice-  en tegelijkertijd moet je je er voldoende flexibel in kun-
            rende vaten. Je probeert via taal anderen deel te laten   nen bewegen. Ook al betekent dat dat je bijvoorbeeld op
            worden van je ideeën, gedachten en emoties; je geeft ze   je werk een ander soort taal nodig hebt dan thuis.”
            toegang tot je leven.” Dat betekent dat taal vooral ook
            een individuele eigenschap is: “Het gaat over wie je   BLOEIENDE OPLEIDINGEN
            bent. Een vreemde taal spreken betekent bijvoorbeeld   Van de Poel wil ook kijken naar de universitaire oplei-
            dat je een stukje van je identiteit opgeeft en daardoor   dingen Nederlands. “Zowel in Nederland als in Vlaande-
            een nieuwe identiteit verwerft.”                 ren loopt de belangstelling voor de studie terug. Dat is
               Daar zit een spanning met beleid – waarom wil ze   echt een probleem dat we delen en dat we zouden kun-
            zich daar dan toch op richten? Van de Poel: “Mensen er-  nen proberen samen aan te pakken. We kijken daarbij
            varen advies vaak als schoolmeesterig. Het grijpt in in   te veel alleen naar ons eigen land – terwijl er buiten het
            hun persoonlijk leven.” Tegelijkertijd kunnen mensen   taalgebied tal van bloeiende opleidingen zijn. Door scho-
            volgens Van de Poel zeker wel hulp gebruiken om zich de   lieren in eigen land te laten zien dat het Nederlands een
            gemeenschappelijke taal en cultuur van de twee landen   internationale taal is met een sterke economische en
            eigen te maken. “Iedereen moet zoveel mogelijk zichzelf   culturele uitstraling, kun je de belangstelling voor de
            kunnen zijn in zijn of haar taal, in het Nederlands.”  studie wellicht doen groeien.”       
               Nederland en Vlaanderen verschillen ook op dit punt
            van elkaar, en dat maakt het feit dat de twee gebieden                                                ONZE TAAL 2020  —  4
            hun taalbeleid gezamenlijk uitvoeren af en toe ingewik-
            keld. Waar veel Nederlanders bijna ieder taaladvies als
            betuttelend of minstens als onnodig ervaren, is er in
            Vlaanderen lange tijd meer behoefte geweest aan duide-
            lijke regels. Toch verandert dat ook in Van de Poels
            vaderland. “We leven in een tijd waarin identiteit en
            creativiteit heel erg centraal staan. Ik ben een individu                                           25
   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30