Page 22 - OnzeTaal_april2020_HR
P. 22

komen vaak voort uit ongeloof. Het kán toch niet weg
            zijn?” Ook een veelgestelde vraag: ‘Wat moet ik ant-
            woorden als mijn partner of ouder steeds zegt dat hij
            naar huis wil? Of naar zijn moeder?’ “Je kunt dan op
            twee manieren reageren”, zegt Van der Poel. “Over iets
            heel anders beginnen, maar dan toon je weinig respect
            voor het onveilige gevoel dat iemand waarschijnlijk
            heeft. Of het gesprek een andere draai geven. ‘Vertel
            eens, hoe ziet uw huis er eigenlijk uit?’ Of: ‘Was uw
            moeder een leuk mens? Was ze er altijd als u uit school
            kwam?’ Hoe beter je de persoon kent, hoe beter je een
            gesprek in een bepaalde richting kunt sturen én kunt
            voorkomen dat je pijnlijke fouten maakt. Ik hoorde eens
            een verhaal uit een verpleeghuis, waar een vrouw van
            begin zeventig vroeg: ‘Wanneer komt mijn moeder?’,
            waarop de uitzendkracht antwoordde: ‘Uw moeder? Die
            komt niet, hoor. Die is al lang dood.’ Grote paniek. Bleek
            dat haar moeder van in de negentig haar nog dagelijks
            bezocht.”

            UIT DEN BOZE
            Patiënten corrigeren is volgens Rosee Dinnissen uit den
            boze. Dinnissen werkt bij de Herbergier in Beneden-   Moest ze een lunch serveren? Moest ze afrekenen? Er
            Leeuwen. In de ruim veertig huizen van de Herbergier   kunnen ineens allemaal problemen opdoemen waar wij
            wonen mensen met dementie. “Door te corrigeren geef   geen benul van hebben. Het kan helpen om het gesprek
            je iemand een gevoel van falen. Je moet juist meebewe-  geleidelijk op iets anders te brengen om iemand een
            gen.” Een probleem, zegt Dinnissen, is dat familie soms   veilig gevoel te geven. Al pratend over een borduurwerk
            niet doorheeft dat het begripsvermogen vermindert en   naast haar deur nam ik haar mee naar de lunch. En toen
            er daardoor vaak niet meer op de oude manier te com-  ging ze ontspannen aan tafel zitten. De kernvraag is wel:
                                                             hoe behoud je een oprechte relatie?”
                                                               Een relevante vraag, vindt ook Van der Poel. “Maar
         “Zinnen worden losse                                  soms heb je weinig keuze en is een leugentje om bestwil
         fragmenten die iemand zelf                          de beste optie. Toen de vader van een collega een keer
                                                             zei: ‘Ik kan ma niet bereiken’ – die was al lang dood –
         aan elkaar gaat plakken.”                           antwoordde mijn collega: ‘Die is dan zeker niet thuis.
                                                             Zal ik het straks nog even proberen?’ Dat stelde hem
                                                             gerust. Soms heiligt het doel de middelen.”

            municeren valt. “Er woont een man bij ons die een   CONFABULEREN
            bouwmarkt heeft gehad en zijn eigen huis heeft ge-  De manier waarop we omgaan met mensen met demen-
            bouwd. Zijn zoon woont daar nu in en praat met zijn    tie, is de afgelopen jaren veranderd. “De laatste vijfen-
            vader veel over het huis, en neemt hem ook weleens   twintig jaar is de belevings- en persoonsgerichte zorg op
            mee. Maar die vader heeft door die gesprekken het    gang gekomen”, zegt Van der Poel. “Daarvoor was er
            gevoel dat er dingen buiten hem om worden geregeld.   sterk de neiging om mensen bij de realiteit te houden.
            Dat hem iets wordt afgenomen. Hij begrijpt het niet   Wanneer iemand steeds vraagt hoe laat het is, kun je de
            meer. Na zo’n bezoek is hij daardoor van streek.”  tijd noemen, maar je kunt bijvoorbeeld ook vragen: ‘Heb
               Taal blijft belangrijk, zegt Dinnissen, maar je moet   je misschien honger? We gaan over een uur eten.’ Of:
            die op een andere manier gaan inzetten. “Een van onze   ‘Maak je je ongerust dat je iets mist?’”
            bewoonsters vond het altijd heel fijn om met andere       En vertelt iemand voor de zoveelste keer hetzelfde,
            bewoners te lunchen. Maar als ik haar ophaalde voor    benoem dat dan niet, adviseert Dinnissen. “Voor iemand
            de lunch, dan wilde ze nooit mee. Het begrip was weg.   met dementie is het de eerste keer dat hij of zij het ver-
                                                             haal vertelt. Luister dus geïnteresseerd, zeg desnoods:
                                                             ‘Dat vertelde u inderdaad’, en buig het gesprek eventu-
                                                             eel langzaam om naar een ander onderwerp.”
              Gesprekstips                                      Probeer in elk geval geduld te hebben, zeggen alle
                                                             betrokkenen. Want een gesprek voeren of volgen wordt
              1.  Spreek je gesprekspartner aan vóór je gaat praten.  voor iemand met dementie steeds moeilijker. “Er is
              2.  Vraag één ding tegelijk.                   meer verwerkingstijd nodig”, legt Debets uit. “Bij een
      ONZE TAAL 2020  —  4  4.  Herhaal jezelf in andere woorden.  ontbreekt. Zinnen worden losse fragmenten die iemand
              3.  Stel gesloten vragen als er concrete handelingen
                                                             lang verhaal met veel informatie komen er van de vier-
                                                             enveertig zinnen misschien twee binnen. De samenhang
                 nodig zijn.
              5.  Geef complimenten.
                                                             zelf aan elkaar gaat plakken en van een context gaat
              6.  Wees concreet.
                                                             voorzien. ‘Confabuleren’ noemen we dat.” Dinnissen
                                                             vult aan: “Wanneer je een vraag stelt, kan het ongeveer
              7.  Beweeg mee met het gesprek – ook als de infor-
                 matie niet klopt.
              8.  Geef iemand de tijd om te reageren.
                                                             als je bij iemand binnenkomt, kan het zo twintig tellen
                                                             duren voor je het eerste contact kunt maken.” Debets:
              9.  Ondersteun je verhaal met gebaren en mimiek.  zeven seconden duren voordat je antwoord krijgt. En
              10. Voorkom stress door rust te creëren.       “In die tellen creëer je als gesprekspartner even rust.
   22                                                        Je zet eigenlijk even iets stil.”          
   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27