Vanaf leidt hier een reeks in. Die reeks begint met het woord dat er direct na staat. Bij vanaf de vierde voorstelling is dat dus de vierde voorstelling. Andere voorbeelden:

  • Vanaf 25 september gelden de nieuwe maatregelen. (= 25 september is de eerste dag dat de maatregelen gelden.)
  • Vanaf morgen ben ik drie weken op vakantie. (= Morgen is de eerste dag van mijn vakantie.)
  • Kinderen vanaf twaalf jaar moeten bijbetalen. (= Tot en met hun elfde hoeven ze niet bij te betalen.)
  • Vanaf groep 5 behoor je tot de bovenbouw. (= Groep 5 hoort ook bij de bovenbouw.)

Toch nog een vraag?

Onze taaladviseurs staan elke werkdag voor je klaar. Neem contact op via

Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur Bel 085 00 28 428 van 9.30 tot 12.00 uur (op donderdag tot 11.00 uur) en van 13.30 tot 16.00 uur

(gebruikelijke belkosten, geen extra kosten)

Of stel je vraag via social media of per mail