Wat is een samentrekking?
Bij een samentrekking worden delen van woorden of zinnen weggelaten in plaats van een of meer keer herhaald. Voorbeelden: land- en tuinbouw, oude en nieuwe boeken en hoofd- en kleine letters.
Samentrekkingen zijn er op verschillende niveaus:
- samentrekking op woordniveau, zoals land- en tuinbouw, donkerblauw en -groen;
- samentrekking op woordgroepniveau, zoals oude en nieuwe boeken, aardige mannen en vrouwen;
- gemengde samentrekkingen, zoals basis- en middelbaar onderwijs;
- samentrekking op zinsniveau, zoals in ‘Luca woont in Amsterdam en Fenke in Utrecht.’
Streepje of niet?
Er wordt alleen een weglatingsstreepje gebruikt als er een déél van een woord is weggelaten, niet als er een héél woord is weggelaten. Daarom is het:
- land- en tuinbouw – hier is het woorddeel bouw weggelaten; het is een samentrekking van landbouw en tuinbouw;
- donkerblauw en -groen – hier is het woorddeel donker weggelaten; het is een samentrekking van donkerblauw en donkergroen;
- oude en nieuwe boeken – hier is een heel woord weggelaten, namelijk boeken; daarom komt er geen streepje;
- aardige artsen en verpleegkundigen – hier is een heel woord weggelaten, namelijk aardige; daarom komt er geen streepje.
Gemengde samentrekking
Je kunt ook een samengesteld woord en een woordgroep samentrekken. Er komt dan een streepje op de plaats waar een woorddeel is weggelaten. Als je bijvoorbeeld basisonderwijs en middelbaar onderwijs samentrekt, en dus het woorddeel onderwijs uit basisonderwijs weglaat, wordt het: basis- en middelbaar onderwijs.
Maar als het omgekeerde het geval is, dus als je middelbaar onderwijs en basisonderwijs samentrekt, is het weggelaten stuk geen woorddéél maar een volledig woord: het gaat namelijk om het woord onderwijs uit de woordgroep middelbaar onderwijs. Daarom wordt de samentrekking zonder streepje geschreven: middelbaar en basisonderwijs.
Samentrekking op zinsniveau
Niet alleen in samenstellingen en woordgroepen komen samentrekkingen voor, maar ook op zinsniveau:
- Luca woont in Amsterdam en Femke in Utrecht.
- Wij hebben witte konijnen en onze buren bruine.
- Julia houdt van sport, maar Simone niet.
De voorwaarden voor een goede samentrekking zijn: de samengetrokken delen moeten dezelfde vorm, betekenis en grammaticale functie hebben. Dat gaat mis in deze zinnen:
- Julia heeft een gebroken enkel en genoeg van al dat thuiszitten. (heeft heeft twee verschillende functies)
- Luca nodigden wij ook uit maar kwam niet. (Luca is eerst lijdend voorwerp bij uitnodigen en daarna onderwerp bij kwam)
Deze voorwaarden gelden niet voor de persoonsvorm; die mag wél verschillen in vorm:
- Julia houdt van garnalen, maar ik niet. (maar ik houd niet van garnalen)
- Wij houden van garnalen, en Julia ook. (en Julia houdt ook van garnalen)
Ook een enkelvoudig en een meervoudig zelfstandig naamwoord mogen worden samengetrokken:
- Julia at twintig garnalen en Simone maar één. (en Simone at maar één garnaal)
- Ik heb maar één artikel geschreven en mijn collega wel vijftig. (en mijn collega heeft wel vijftig artikelen geschreven)
Het is ook mogelijk dat zowel het getal van de persoonsvorm als het getal van het samengetrokken zelfstandige naamwoord verschilt:
- Wij aten twintig garnalen en Julia maar één. (en Julia at maar één garnaal)
- Ik heb maar één artikel geschreven en mijn collega’s wel vijftig. (en mijn collega’s hebben wel vijftig artikelen geschreven)
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!