Wat is goed: iets fris’ (met een apostrof) of iets fris?
Iets fris, zonder apostrof na fris, is juist. Het is dus bijvoorbeeld: ‘Ik neem iets fris, want ik moet nog rijden.’
Na woorden zoals iets, weinig, wat, allerlei en genoeg krijgen bijvoeglijke naamwoorden een s aan het eind: iets lekkers, wat vrolijks, weinig leuks.
Als het bijvoeglijk naamwoord zelf al op een s eindigt, vervalt de extra s. Nederlandse woorden eindigen namelijk nooit op -ss (behalve leenwoorden als stress). Er hoeft ook geen apostrof te worden gebruikt, want daarmee doe je net alsof er eigenlijk toch een extra s staat.
Meer voorbeelden:
- iets mysterieus
- iets omineus
- iets wijs
Hetzelfde geldt als de s-klank deel uitmaakt van een x aan het eind van een woord:
- iets complex
- iets onorthodox
Ook na sch en sj/sh geen extra s
Ook na de combinatie -sch aan het eind van een bijvoeglijk naamwoord komt geen s:
- iets logisch
- iets komisch
- iets Jiddisch
En dat geldt ook voor woorden die op -sj of op -sh eindigen:
- iets aggenebisj
- iets Jiddisj
- iets stylish
- iets Welsh
Soms dubbelzinnig
De vorm iets ...s kan soms dubbelzinnig zijn, namelijk bij woordparen als bar - bars, ver - vers en mal - mals.
Met iets bars kan zowel ‘iets wat bar is’ (‘iets wat erg is’) als ‘iets wat bars is’ (‘iets wat onvriendelijk is’) bedoeld zijn. Iets vers kan iets zijn wat ver is óf vers is, en iets mals iets wat mal is óf mals.
Iets trendy’s
Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op een y, a, u of o komt er een s achter. Bovendien is er een apostrof nodig, omdat er anders verwarring over de uitspraak kan ontstaan. Bijvoorbeeld: iets sexy’s, iets trendy’s, iets blanco’s, iets cru’s en iets extra’s.
Die apostrof is niet nodig in bijvoorbeeld iets beiges, iets mesjogges, iets fakes (‘iets wat fake is’), iets blasés en iets privés.
Max’ zusje
Een apostrof na de s of een s-klank komt in het Nederlands wel voor bij bezitsvormen: Max’ zusje, Loes’ boek, Mulisch’ romans, Maurice’ weblog, iemand anders’ huis. Nu geeft de apostrof aan dat de bezits-s is weggelaten en daarvoor maken de spellingregels een uitzondering.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!
Voorbeelden van iets, niets, velerlei, weinig, wat, veel, meer én een bijvoeglijk naamwoord op een sisklank.
- Het oude huisje had iets mysterieus.
- Haar glimlach had niets omineus.
- De opmerkingen van mijn oma hebben altijd wat bars.
- De leerkracht zei iets bits, waar hij later spijt van had.
- Ik eet opgewarmde restjes heus wel op, maar ik heb liever iets vers.
- Ze werden aangekondigd als acrobaten, maar ik zag er weinig acrobatisch in.
- Ik zag daarstraks iets heel curieus.
- De Delftse studenten bedachten veel ingenieus.
- Zij reageert altijd met iets ironisch als haar een verwijt wordt gemaakt.
- Ik zie helemaal niets sarcastisch in die column van Sylvia.
- Heb je nog meer fantastisch?
- Ze deden allerlei toeristisch.
Blij met deze uitleg?
Met een donatie van € 5 steun je Onze Taal. Bedankt!