Hoe spreek je het woord buien uit: met een j-klank (‘bui-jen’) of een w-klank (‘bui-wen’)?
De uitspraak ‘bui-jen’ komt het meest voor en is voor de meeste mensen dus de normale uitspraak. De uitspraak ‘bui-wen’ hoor je ook geregeld en is niet ‘fout’.
Waarom kun je buien uitspreken als ‘bui-jen’ en ‘bui-wen’?
Het verschil in uitspraak tussen ‘bui-jen’ en ‘bui-wen’ komt door de uitspraak van de ui. Aan het einde van deze tweeklank maak je je lippen een beetje rond. Maar er gebeurt nog iets: aan het einde van de ui gaat ook de punt van je tong iets omhoog.
Als er op de ui een uh-klank (een sjwa) volgt, zoals in buien, verbind je die twee klanken automatisch met een ‘glijklank’. Er zijn bij buien twee mogelijkheden. De eerste is dat je door de iets hogere punt van je tong de glijklank ‘j’ invoegt. Dan krijg je ‘bui-jen’, net zoals je ‘knie-jen’ zegt bij het meervoud knieën. De tweede uitspraak ontstaat als de iets geronde lippen de doorslag geven: dan voeg je de glijklank ‘w’ in. Dan krijg je ‘bui-wen’, net zoals je ‘doe-wa-ne’ hoort als je douane uitspreekt.
In sommige delen van het taalgebied – vooral het Groene Hart in Nederland, zo lijkt het – spreken veel mensen buien, buiig en luier uit met een ‘w’ als glijklank. In andere delen is de uitspraak met een ‘j’ als glijklank in deze woorden het gebruikelijkst.
Er zijn geen officiële regels voor de uitspraak van woorden. Er is ook geen instantie die bepaalt of een uitspraak wel of niet bij de standaardtaal hoort. Fonologen beschouwen het uitspraakverschil tussen ‘bui-jen’ en ‘bui-wen’ als een geval van normale variatie binnen het Standaardnederlands.