Wat is juist: 'Ik was vroeger bang voor Zwarte Piet' of 'Ik was vroeger bang voor zwarte piet'?

'Ik was vroeger bang voor Zwarte Piet' is juist. Zwarte Piet, met twee hoofdletters, is de eigennaam van de knecht van Sinterklaas. Eigennamen krijgen een hoofdletter:

  • Daar komen Sinterklaas en Zwarte Piet aan.
  • We hebben erg gelachen om Zwarte Piet.
  • Zwarte Piet ging uit fietsen; toen klapte zijn band.

Volgens de regels krijgt zwarte piet kleine letters als deze benaming als 'soortnaam' gebruikt wordt. Dan is niet de unieke persoon Zwarte Piet bedoeld, maar een willekeurig iemand die zich verkleed heeft als de knecht van Sinterklaas:

  • Bij dat bedrijf kun je goede zwarte pieten inhuren.
  • We zullen nog een extra zwarte piet regelen.

Wie in deze laatste zinnen liever hoofdletters schrijft, maakt volgens ons geen grote fout. Je kunt Zwarte Piet immers ook opvatten als de eigennaam van een personage. Zo'n eigennaam behoudt altijd zijn hoofdletter(s), door wie het personage ook wordt uitgebeeld. Vergelijk: 'Ik vind Pierre Bokma net zo'n goede Kootje de Beer als Piet Römer was.' In deze zin behoudt Kootje de Beer (de kroegbaas uit 't Schaep met de 5 pooten) ook zijn hoofdletters.

Tegenwoordig is er trouwens veel minder vaak sprake van Zwarte Piet, maar van allerlei verschillende pieten: Hoofdpiet, Sorrypiet, Coole Piet, Wegwijspiet, Knutselpiet, Profpiet, enz.

Wanneer met zwartepiet naar een kaart uit een kaartspel verwezen wordt (de schoppenboer), zijn alleen de kleine letters juist; zwarte en piet worden dan bovendien aaneengeschreven. Ook wanneer zwartepiet figuurlijk wordt gebruikt, is deze schrijfwijze juist:

  • Hij kreeg de zwartepiet toegespeeld.
  • De directeur schoof de zwartepiet door naar het bestuur.