Wat is juist: 'Wie wil er een ijsje?' of 'Wie wilt er een ijsje?'

 

'Wie wil er een ijsje?' is goed; wil krijgt hier geen t. 'Wie wilt er een ijsje?' is dus fout.

Wie is, net als hij, zij, niemandSophie of het Nederlandse volk, een derde persoon enkelvoud. En met de vorm wil is iets geks aan de hand. Anders dan bij de meeste werkwoorden krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd van willen geen t. Dus hoewel het wel wie neemt, wie belt en wie houdt is, is het toch wie wil, en niet wie wilt. Dat geldt ook voor andere zinsvolgordes: 'Vraag maar even wie er een ijsje wil.'

Meer voorbeelden:

  • Wie wil mijn huis kopen?
  • Zoek jij iemand die je auto wil kopen?
  • Iedereen wil gezond oud worden.
  • Niemand wil met mij mee naar de Vakantiebeurs.

Zie voor meer informatie over wil/wilt dit advies.