Wat is juist: een weids uitzicht of een wijds uitzicht?

Een weids uitzicht is juist. Weids betekent ‘groots, ruim’. Wijds komt alleen maar voor in zinnen als ‘Ik hou niet van strakke kleding; ik heb liever iets wijds aan.’ Dan plak je een s aan wijd vast. Wijd betekent ‘ruim, los’.

Weids heeft oorspronkelijk niets met wijd te maken. Het is afgeleid van het Oudhoogduitse wei(de) (‘jacht, vangst’). Weids betekende oorspronkelijk ‘tot de jacht behorend’. Daaruit ontstond de betekenis ‘luisterrijk, indrukwekkend’ en daar kwam weer de betekenis ‘breed, ruim, groots’ uit voort. Op deze betekenisontwikkeling is wijd wel van invloed geweest, maar het spellingverschil tussen weids en wijd is altijd blijven bestaan. Tegenwoordig wordt weids vrijwel altijd in verband gebracht met iets ruimtelijks (zoals in weidse vergezichten).

Wijd is ontstaan uit een oeroud woord dat iets als ‘uiteengegaan’ of misschien ‘weg(gegaan)’ moet hebben betekend. Het komt volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands al voor in een document uit ongeveer 1100: “Thin namo is wido gebreydet” (‘jouw naam is wijdverbreid’).

Nog een paar voorbeelden met weids:

  • In de polder vind je uitgestrekte weilanden, doorsneden door sloten, in een vlak, weids landschap.
  • Dirigenten maken vaak weidse gebaren.
  • De weidse vlakten van de wadden zijn altijd schitterend.
  • Vanaf het terras genoten we van het weidse uitzicht over het dal.